Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Rosse Grutto lijkt op de gewone Grutto, met dit verschil dat de snavel korter is, zichtbaar iets omhoog wipt en donker is. Verder zijn de poten donkerder en korter, en is het lichaam compacter. Tijdens de vlucht is te zien dat de staart gebandeerd is (zie Engelse naam), dat op de rug een wigvormig wit vlak zit en dat de poten minder ver achter de staart uitsteken. Ook ontbreekt de witte vleugelstreep bij de Rosse Grutto. Het vrouwtje van de Rosse Grutto is grijzer gekleurd dan het mannetje en heeft een iets langere snavel. Kijk verder in het katern 'Drie op elkaar lijkende grutto's In Nederland'.
De Rosse Grutto boort in bodem naar ongewervelden, maar eet in het broedseizoen ook insecten en plantaardig materiaal. Rosse Grutto's broeden in het Arctisch gebied, in Europa is dat in het noorden van Scandinavië en Rusland. Ze broeden in open toendra zonder bomen, op stenige hoogvlakten en in natte rivierdalen. Het nest is een ondiepe kom op een verhoging, soms bekleed met wat plantenmateriaal en/of korstmos. Er is één legsel dat de ouders bij toerbeurt uitbroeden (vrouwtje 's nachts). De jongen zijn nestvlieders.
Na het broedseizoen trekken Rosse Grutto's groepsgewijs naar het zuiden, de Scandinavische naar de kusten van West-Europa, de Siberische gaan verder weg en overwinteren zelfs in Afrikaanse natte gebieden. Grote groepen uit Siberië en Alaska trekken zo ver zuid als de kusten van Australië en Nieuw Zeeland. Lees er meer over in het katern hieronder 'Langste non-stop vlucht ooit vastgelegd'.
Rosse Grutto's zijn het hele jaar wel in Nederland te zien, maar zijn vrij schaars in juni. De aantallen pieken tijdens de trek, vooral in augustus-september en in mei. Dan kunnen 180.000 of meer Rosse Grutto's aanwezig zijn, een belangrijk deel van de op 240.000 exemplaren geschatte wereldpopulatie. De winteraantallen zijn lager maar betrekkelijk stabiel, ongeacht het winterweer. De soort is sterk aan zoute en brakke wateren gebonden, met de grootste concentraties in het Waddengebied en veel kleinere in het Deltagebied. In het binnenland is de Rosse Grutto vrij schaars. De trend op de lange termijn is toenemend, met een tendens tot stablisatie vanaf ca. 2010 (bron: Sovon ).
Rosse Grutto's worden nauwelijks in Meijendel gezien. Daarom is het vermeldenswaardig dat in 2017 bij het vogelringstation een tweetal Rosse Grutto's is geringd zo blijkt uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel.
De Rosse Grutto boort in bodem naar ongewervelden, maar eet in het broedseizoen ook insecten en plantaardig materiaal. Rosse Grutto's broeden in het Arctisch gebied, in Europa is dat in het noorden van Scandinavië en Rusland. Ze broeden in open toendra zonder bomen, op stenige hoogvlakten en in natte rivierdalen. Het nest is een ondiepe kom op een verhoging, soms bekleed met wat plantenmateriaal en/of korstmos. Er is één legsel dat de ouders bij toerbeurt uitbroeden (vrouwtje 's nachts). De jongen zijn nestvlieders.
Na het broedseizoen trekken Rosse Grutto's groepsgewijs naar het zuiden, de Scandinavische naar de kusten van West-Europa, de Siberische gaan verder weg en overwinteren zelfs in Afrikaanse natte gebieden. Grote groepen uit Siberië en Alaska trekken zo ver zuid als de kusten van Australië en Nieuw Zeeland. Lees er meer over in het katern hieronder 'Langste non-stop vlucht ooit vastgelegd'.
Rosse Grutto's zijn het hele jaar wel in Nederland te zien, maar zijn vrij schaars in juni. De aantallen pieken tijdens de trek, vooral in augustus-september en in mei. Dan kunnen 180.000 of meer Rosse Grutto's aanwezig zijn, een belangrijk deel van de op 240.000 exemplaren geschatte wereldpopulatie. De winteraantallen zijn lager maar betrekkelijk stabiel, ongeacht het winterweer. De soort is sterk aan zoute en brakke wateren gebonden, met de grootste concentraties in het Waddengebied en veel kleinere in het Deltagebied. In het binnenland is de Rosse Grutto vrij schaars. De trend op de lange termijn is toenemend, met een tendens tot stablisatie vanaf ca. 2010 (bron: Sovon ).
Rosse Grutto's worden nauwelijks in Meijendel gezien. Daarom is het vermeldenswaardig dat in 2017 bij het vogelringstation een tweetal Rosse Grutto's is geringd zo blijkt uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel.
Achtergrond
Drie op elkaar lijkende grutto's In Nederland
In Nederland komen naast de Grutto nog twee op elkaar lijkende grutto's voor, de IJslandse en de Rosse Grutto. De IJslandse Grutto is een ondersoort (islandica) van 'onze' Grutto (limosa) met kortere poten en snavel. Bovendien is de kleur van de borst opvallend oranje. In prachtkleed is deze soort roder dan de onze. Ook de tekening van de schouderveren verschilt.De Rosse Grutto is een wintergast en doortrekker uit Scandinavië en Rusland die dan vooral aan de wadddenkusten te zien is. Deze is wat compacter gebouwd, heeft kortere poten en een duidelijk opwippende snavel die bovendien iets korter is. Hij heeft verder een gebandeerde staart en geen vleugelstreep zoals de Grutto. In de vlucht steken de poten minder ver uit achter de staart.
Deze illustratie laat de verschillen met de andere Grutto's goed zien.
De afbeelding is overgenomen uit de ANWB Vogelgids van Europa.
Bescherming
De in Europa broedende en overwinterende populatie doet het goed, maar de Siberische, naar West-Afrika trekkende populatie neemt af in aantal. De soort wordt bedreigd door aftakeling van de voedselgebieden door inpoldering, vervuiling, verstoring, droogte en in sommige gebieden door mangrovevorming. Verder vormen ook olie- en gaswinning en andere industriële activiteiten in wadgebieden een bedreiging (bron: Vogelbescherming Nederland ).