Terug naar soorten

Tureluur

Tringa totanus Strandlopers

Broedvogel Rode lijst GE|
24jaren
32territoria
4hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Tureluur
Tureluur Foto: Andreas Trepte · CC BY-SA 2.5 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Tureluur is niet heel opvallend van kleed, de bovenzijde is bruin, borst en flanken zijn gestreept, de snavel is zwart met rode snavelbasis. Tijdens de vlucht zijn op de vleugelachterrand duidelijk een witte streep te zien en een witte stuit. In de broedtijd vallen de fel oranje-rode poten op. Dan wordt ook zijn heldere, omlaaggaande roep veel gehoord als bode van de lente: 'tluu-uu-uu'; hieraan dankt hij ook zijn naam.

Deze steltloper is een talrijke broedvogel en doortrekker in voor- en najaar. De meeste wegtrekkende vogels leggen enorme afstanden af en overwinteren tot in Zuid-Afrika en Zuid-Azië. Het is van oorsprong een broedvogel van steppen, venen en toendra's, maar heeft zich bij ons tot typische weidevogel ontwikkeld die ook schorren, kwelders en andere vochtige grond gebruikt om op te broeden.

Tureluurs broeden vrijwel uitsluitend in de lage delen van het land, met de nadruk op kwelders/schorren in Wadden- en Deltagebied, naast natte open graslanden op venige bodem of klei. Ze houden van vochtige, kruidenrijke, laat gemaaide graslanden met een pollige structuur en veel slootjes en greppels. Het nest maken ze bij voorkeur in hoog gras en het wordt verborgen door er grashalmen overheen te trekken. Beide vogels maken eerst enkele kuiltjes waarvan het vrouwtje er eentje uitkiest. Ze legt er 4 eieren in die door beide ouders worden bebroed; de jongen worden door beide ouders verzorgd.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit klein gedierte: insecten, schaaldieren en wormen, maar slechts heel weinig plantaardig materiaal.

Voorkomen

Het altijd al spaarzame voorkomen van Tureluurs op de hogere gronden is sinds ongeveer 1975 gaandeweg uitgedoofd. De landelijke aantallen namen af vanaf 1970 maar bleven vanaf ongeveer 1985 min of meer stabiel, ondanks verdere intensivering van het agrarisch landgebruik. Op kwelders/schorren heeft de Tureluur baat bij extensivering van begrazing, tenzij dit resulteert in een te sterke verruiging van de vegetatie (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Steltloper van kwelders en nat grasland; broedt verborgen in gras, alarmeert sterk bij jongen en foerageert op ongewervelden.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Grutto-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van kwelder- of schormilieu met zoutminnende vegetatie. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden ongewerwelde getijdenfauna Wormen als belangrijke voedselbron. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron.

Nestplaats en nestbouw: Nest verborgen in grasvegetatie. Grondnest. Open grondnest. Nest met verborgen zij-ingang.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kuikengroep kan over beide ouders worden opgesplitst. Nest actief afdekken of camoufleren met gras. Mannetje maakt meerdere proefnesten of nestkuiltjes. Trillende vleugels tijdens baltsvlucht.

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.

Bescherming

De Tureluur neemt de laatste 10 jaar als broedvogel af in aantal (met minder dan 5% per jaar). Ook de aantallen niet-broedende Tureluurs nemen licht af. Afname van de Tureluur wordt grotendeels veroorzaakt door intensivering van de landbouw (toename droge en kruidenarme, structureel homogene graslanden, vroeg maaien) in combinatie met lage waterpeilen. Ook op kwelders zijn ze afgenomen door verruiging (bron: Vogelbescherming Nederland ).