Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Deze steltloper is een talrijke broedvogel en doortrekker in voor- en najaar. De meeste wegtrekkende vogels leggen enorme afstanden af en overwinteren tot in Zuid-Afrika en Zuid-Azië. Het is van oorsprong een broedvogel van steppen, venen en toendra's, maar heeft zich bij ons tot typische weidevogel ontwikkeld die ook schorren, kwelders en andere vochtige grond gebruikt om op te broeden.
Tureluurs broeden vrijwel uitsluitend in de lage delen van het land, met de nadruk op kwelders/schorren in Wadden- en Deltagebied, naast natte open graslanden op venige bodem of klei. Ze houden van vochtige, kruidenrijke, laat gemaaide graslanden met een pollige structuur en veel slootjes en greppels. Het nest maken ze bij voorkeur in hoog gras en het wordt verborgen door er grashalmen overheen te trekken. Beide vogels maken eerst enkele kuiltjes waarvan het vrouwtje er eentje uitkiest. Ze legt er 4 eieren in die door beide ouders worden bebroed; de jongen worden door beide ouders verzorgd.
Het voedsel bestaat voornamelijk uit klein gedierte: insecten, schaaldieren en wormen, maar slechts heel weinig plantaardig materiaal.
Voorkomen
Vogelkenmerken
Steltloper van kwelders en nat grasland; broedt verborgen in gras, alarmeert sterk bij jongen en foerageert op ongewervelden.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Grutto-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van kwelder- of schormilieu met zoutminnende vegetatie. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden ongewerwelde getijdenfauna Wormen als belangrijke voedselbron. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron.
Nestplaats en nestbouw: Nest verborgen in grasvegetatie. Grondnest. Open grondnest. Nest met verborgen zij-ingang.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kuikengroep kan over beide ouders worden opgesplitst. Nest actief afdekken of camoufleren met gras. Mannetje maakt meerdere proefnesten of nestkuiltjes. Trillende vleugels tijdens baltsvlucht.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.