Terug naar soorten

Zwarte Ruiter

Tringa erythropus Strandlopers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwarte Ruiter
Zwarte Ruiter

Beschrijving

Een Zwarte Ruiter lijkt op een Tureluur, maar met het formaat van een Groenpootruiter. Ze hebben ongeveer hetzelfde winterkleed en allebei hebben ze oranje poten. Poten en snavel van deze Ruiter zijn wel langer en de vogel lijkt slanker.

In broedkleed is het een ander verhaal, dan zijn lijf èn poten, roetzwart met witte vlekjes op de vleugels en dan heeft hij een opvallende witte oogring. In broedkleed wordt de Zwarte Ruiter in Nederland echter nauwelijks gezien, hooguit in een overgangskleed. In de vlucht is hij in elk kleed van de Tureluur te onderscheiden door het ontbreken van een witte vleugelachterrand. Ook steken de tenen geheel achter de staart uit, bij de Tureluur maar een beetje.

Zwarte Ruiters zijn betere zwemmers dan de meeste andere steltlopers en zoeken hun voedsel, hoofdzakelijk ongewervelden, soms zwemmend.

Zwarte Ruiters broeden in het hoge noorden van Scandinavië en Rusland, ze broeden daar in open arctische hoogvenen in taiga en toendra. Het nest is een schaars bekleed kuiltje, meestal in de buurt van een kei of dode tak. Het vrouwtje kan met meerdere mannetjes paren. Er is één legsel, dat zij verlaat voor de eieren uitkomen; ze laat de het uitbroeden en verzorgen van de jongen aan het mannetje over. De jongen zijn nestvlieders.

De vrouwtjes verlaten niet lang na de leg de broedgebieden, later gevolgd door de mannetjes en nog weer later volgen de jongen. De meeste Zwarte Ruiters trekken naar Afrika zuid van de Sahara. Kleine aantallen overwinteren aan kusten in het Middellandse-Zeegebied en ook aan die in Zuid-Engeland. Dan zijn ze ook wel in ons land aanwezig.

Zwarte Ruiters zijn hoofdzakelijk in Nederland tijdens de doortrek. De voorjaarstrek piekt tussen eind april en eind mei. De najaarstrek begint soms al half juni en houdt aan tot in september, om daarna geleidelijk uit te doven. Winterwaarnemingen zijn in zachte winters niet zeldzaam, maar het betreft kleine aantallen. Hoewel Zwarte Ruiters regelmatig in het binnenland worden gezien, verblijft de meerderheid in de Waddenzee (vooral de Fries-Groningse kust en de Dollard) en de Delta (vooral Oosterschelde). De landelijk getelde aantallen nemen op termijn af, maar met opmerkelijke jaarfluctuaties en lokale effecten (bron: Sovon ).

Ondanks dat Zwarte Ruiters hoofdzakelijk door de kustgebieden trekken zijn ze nog niet tijdens wintertellingen door leden van de vogelwerkgroep gezien. Vermeldenswaardig is het daarom, dat bij het vogelringstation in 2017 een Zwarte Ruiter is geringd, zo blijkt uit het jaarverslag van Vogelringstation Meijendel.