Groepen

Soorten die vergelijkbare leefgebieden gebruiken of vergelijkbare ecologische functies vervullen, reageren vaak op dezelfde ontwikkelingen. Er worden drie groepen onderscheiden: Ecologische groepen, Rode-, Oranje- en Vogelrichtlijnsoorten en Habitatgroepen. Elke benadering belicht een ander aspect van de natuur. Samen helpen zij om veranderingen in biodiversiteit, landschap en beheer beter te begrijpen.

Ecologische vogelgroepen

Niet alle vogelsoorten reageren hetzelfde op veranderingen in het landschap. Sommige soorten zijn gebonden aan open duinen, andere aan struweel, bos, water of riet. Door soorten met vergelijkbare leefgebieden samen te bekijken, ontstaan patronen die bij individuele soorten vaak verborgen blijven. Daarom worden de broedvogels ingedeeld in ecologische vogelgroepen. Deze indeling is gebaseerd op het leefgebied waarin soorten voornamelijk broeden.

Ecologische vogelgroepen geven geen volledig beeld. Veel soorten gebruiken meerdere habitats en veranderingen in vogelgroepen laten niet automatisch zien waardoor een trend wordt veroorzaakt. Gebruik daarom deze analyses alleen in combinatie met informatie over vegetatie, beheer, waterhuishouding en landschap.

Rode, Oranje en Vogelrichtlijn lijst groepen

Niet alle vogelsoorten hebben dezelfde betekenis voor natuurbeheer. Sommige soorten zijn landelijk algemeen en nemen toe, terwijl andere kwetsbaar zijn, achteruitgaan of zelfs dreigen te verdwijnen. Om deze ontwikkelingen zichtbaar te maken worden in Nederland Rode- en Oranjelijstsoorten onderscheiden. Rodelijstsoorten zijn soorten die landelijk bedreigd of kwetsbaar zijn. Oranjelijstsoorten zijn soorten die nog niet bedreigd zijn, maar wel een ongunstige ontwikkeling laten zien en extra aandacht verdienen.

De soorten in Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn (2009/147/EG) zijn vogelsoorten die vanwege hun kwetsbaarheid of bijzondere ecologische betekenis speciale bescherming vereisen. Het betreft soorten die met uitsterven worden bedreigd, gevoelig zijn voor veranderingen in hun leefgebied, zeldzaam zijn of specifieke habitatvereisten hebben. EU-lidstaten zijn verplicht voor deze soorten de meest geschikte leefgebieden aan te wijzen en te beschermen als Speciale Beschermingszones (SBZ-V), die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk. Het doel is het waarborgen van een gunstige staat van instandhouding, zodat deze soorten zich duurzaam kunnen handhaven en voortplanten binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied.

Habitat groepen (Natura 2000)

Binnen Natura 2000 staan daarom specifieke habitattypen centraal, zoals open duinen, duinvalleien, duindoornstruwelen en duinbossen. Veel vogelsoorten zijn nauw verbonden met bepaalde habitats.

Habitatgroepen delen vogelsoorten in op basis van het habitat waarmee zij het sterkst verbonden zijn. Hierdoor ontstaat een directe koppeling tussen vogelgegevens en de natuurdoelen van Natura 2000.

Voor Meijendel zijn verschillende habitatgroepen samengesteld die aansluiten bij de Natura 2000-habitats van het gebied. Daarmee kunnen veranderingen in de vogelstand worden vergeleken met veranderingen in vegetatie, landschap en beheer.