Terug naar groepen

H2190 – Vochtige duinvalleien

Deze groepspagina hoort bij Habitat groepen (Natura 2000).

Vochtige duinvalleien zijn laaggelegen delen van het duingebied waar het grondwater dicht aan de oppervlakte komt of periodiek boven het maaiveld staat. De afwisseling van natte en drogere omstandigheden zorgt voor een grote variatie aan planten en dieren. Juist deze bijzondere hydrologie maakt vochtige duinvalleien tot een van de meest soortenrijke en karakteristieke Natura 2000-habitats van het Nederlandse kustgebied.

In Meijendel worden vochtige duinvalleien gevormd door een samenspel van natuurlijke processen en waterbeheer. De aanleg van de infiltratieplassen vanaf de jaren vijftig veranderde de waterhuishouding ingrijpend en creëerde nieuwe overgangen tussen open water, natte graslanden, rietvegetaties en vochtige valleien. Sindsdien zijn deze habitats voortdurend in ontwikkeling onder invloed van veranderingen in grondwaterstanden, verlanding, vegetatiesuccessie en natuurbeheer. Herstelmaatregelen zijn erop gericht de karakteristieke afwisseling van natte en droge milieus en de bijbehorende biodiversiteit te behouden.

De vogelsoorten van deze habitatgroep zijn afhankelijk van een open, vochtig landschap met een gevarieerde vegetatie. Sommige soorten broeden in lage kruidenvegetaties, andere zijn juist gebonden aan de overgangen tussen natte valleien, riet en open water. De kwaliteit van het leefgebied wordt sterk bepaald door de waterhuishouding, de vegetatiestructuur en de aanwezigheid van een rijk aanbod aan insecten.

Veranderingen in deze vogelgroep geven daarom belangrijke informatie over de hydrologische ontwikkeling van het duingebied. Een afname kan wijzen op verdroging, verruiging, verstruweling of het verdwijnen van open natte vegetaties. Een toename kan samenhangen met herstel van de waterhuishouding, het ontstaan van nieuwe vochtige milieus of beheer dat de openheid van de valleien behoudt. Omdat waterbeheer, vegetatieontwikkeling en natuurlijke successie gelijktijdig invloed uitoefenen, vormt deze vogelgroep een integrale indicator voor de ecologische kwaliteit van de natte delen van Meijendel.

De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien dat vochtige duinvalleien zich gedurende de onderzoeksperiode voortdurend hebben ontwikkeld. Niet alleen de oppervlakte van het habitat veranderde, maar vooral ook de kwaliteit, structuur en samenhang met rietlanden, open water en kranswierwateren. De grafiek weerspiegelt daardoor de voortdurende veranderingen in de waterhuishouding en de ontwikkeling van het natte duinsysteem. Samen met de habitatgroepen Kranswierwateren en Ruigten en zomen vormt deze vogelgroep een belangrijke graadmeter voor de ecologische kwaliteit van de natte natuur in Meijendel.

Methodische kanttekening

Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode. Bij habitat- en vogelgroepen waarin meeuwen een belangrijk aandeel vormen, kan de grafiek rond de jaren zeventig en tachtig bovendien sterk zijn beïnvloed door de opkomst en het latere verdwijnen van de grote meeuwenkolonies. De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.

Meer weten?

De grafiek op deze pagina laat de ontwikkeling van deze habitatgroep in grote lijnen zien. Via het Dashboard kunnen leden en andere geïnteresseerden de onderliggende gegevens verder verkennen, bijvoorbeeld per soort, telgebied of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met waterhuishouding, vegetatieontwikkeling, natuurbeheer en andere omgevingsfactoren.