De ecologische vogelgroep Open water omvat broedvogels die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van open water, zoals plassen, infiltratiebekkens en bredere watergangen. Veel soorten bouwen hun nest op of direct langs het water en zijn voor hun voedselvoorziening afhankelijk van een goed functionerend aquatisch ecosysteem. De vogelgroep reageert daarom vooral op veranderingen in waterkwaliteit, wateroppervlak, onderwatervegetatie en de structuur van de oeverzone.
In Meijendel bestaat open water grotendeels uit de infiltratieplassen die vanaf 1955 zijn aangelegd voor de drinkwaterwinning. Deze plassen hebben het landschap ingrijpend veranderd en nieuwe leefgebieden gecreëerd voor tal van watergebonden vogelsoorten. Sindsdien zijn zij voortdurend in ontwikkeling onder invloed van waterbeheer, natuurlijke successie en veranderingen in de oever- en onderwatervegetatie.
De soorten binnen deze groep verschillen in voedselkeuze en broedgedrag, maar hebben gemeen dat zij afhankelijk zijn van open water. Sommige soorten foerageren onder water, andere zoeken hun voedsel aan het wateroppervlak of langs de oevers. Daardoor reageren zij ieder op een eigen manier op veranderingen in het watersysteem. Juist de gezamenlijke ontwikkeling van deze soorten geeft inzicht in het functioneren van het aquatische ecosysteem.
Veranderingen in deze vogelgroep geven informatie over de ecologische ontwikkeling van het open water. Een afname kan wijzen op verlanding, veranderingen in waterkwaliteit of het verdwijnen van geschikt foerageergebied. Een toename kan samenhangen met verbetering van de waterkwaliteit, uitbreiding van geschikt leefgebied of een grotere variatie in oeverstructuren. Omdat de afzonderlijke soorten verschillend reageren, weerspiegelt de gezamenlijke trend vooral de ontwikkeling van het aquatische systeem als geheel.
De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien hoe sterk de aanleg en verdere ontwikkeling van de infiltratieplassen de vogelgemeenschap van Meijendel hebben beïnvloed. De grafiek weerspiegelt niet alleen veranderingen in aantallen, maar vooral de ontwikkeling van het aquatische ecosysteem gedurende bijna zeventig jaar. In combinatie met de habitatgroepen Kranswierwateren en Vochtige duinvalleien ontstaat zo een completer beeld van de ontwikkeling van de natte natuur in Meijendel.
Methodische kanttekening
Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode. Bij vogelgroepen waarin meeuwen een belangrijk aandeel vormen, kan de grafiek rond de jaren zeventig en tachtig bovendien sterk zijn beïnvloed door de opkomst en het latere verdwijnen van de grote meeuwenkolonies. De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.
Meer weten?
De grafiek op deze pagina laat de ontwikkeling van de vogelgroep Open water in grote lijnen zien. Via het Dashboard kunnen de onderliggende gegevens verder worden verkend, bijvoorbeeld per soort, telgebied of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met waterkwaliteit, waterbeheer en landschapsontwikkeling.