Terug naar groepen

H2180 – Duinbossen

Deze groepspagina hoort bij Habitat groepen (Natura 2000).

Duinbossen vormen het eindstadium van de natuurlijke successie in het kustduin. Zij ontstaan wanneer open duinen en struwelen zich gedurende lange tijd kunnen ontwikkelen tot een gesloten bos. In Meijendel bestaat het duinbos uit een afwisseling van loofbos, gemengd bos en plaatselijk naaldbos, met soorten als eik, berk, esdoorn en iep. Natura 2000 beschermt deze bossen vanwege hun karakteristieke flora en fauna en de grote variatie die ontstaat door verschillen in leeftijd, vochtigheid, bodem en bosstructuur.

De oppervlakte aan duinbos is in Meijendel gedurende de afgelopen eeuw aanzienlijk toegenomen. Minder natuurlijke verstuiving, de geleidelijke ontwikkeling van struweel naar bos en veranderingen in het landgebruik hebben ertoe geleid dat delen van het open duin langzaam zijn bebost. Vanuit ecologisch perspectief is dit een natuurlijk proces. Tegelijkertijd kan verdere bosvorming ten koste gaan van andere beschermde habitattypen, zoals grijze duinen en duindoornstruwelen. Het natuurbeheer is daarom gericht op het behouden van een gevarieerd landschap waarin zowel open duinen als bossen een plaats hebben.

De vogelsoorten van deze habitatgroep zijn afhankelijk van bomen en een gevarieerde bosstructuur. Sommige soorten broeden in oude bomen met natuurlijke holten, terwijl andere juist profiteren van een goed ontwikkelde struiklaag of van open plekken in het bos. Dood hout, variatie in boomsoorten en verschillen in leeftijd dragen bij aan een rijk insectenleven en vergroten de ecologische kwaliteit van het bos.

Veranderingen in deze vogelgroep geven informatie over de ontwikkeling van het duinbos. Een toename kan wijzen op uitbreiding van het bosoppervlak, een ouder wordend bos of een grotere variatie in de bosstructuur. Een afname kan samenhangen met bosbeheer, stormschade of maatregelen die zijn gericht op het herstel van open duinhabitats. De vogelgroep weerspiegelt daarmee niet alleen de oppervlakte aan bos, maar vooral de ecologische kwaliteit en structuur van het bosecosysteem.

De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien dat bosvogels in Meijendel gedurende een groot deel van de onderzoeksperiode hebben geprofiteerd van de voortschrijdende bosontwikkeling. Naarmate de bossen ouder en gevarieerder werden, veranderde ook de samenstelling van de vogelgemeenschap. De grafiek weerspiegelt daarmee niet alleen de ontwikkeling van het bos zelf, maar ook de voortdurende verschuiving van een overwegend open naar een meer gesloten duinlandschap. Juist daardoor vormt deze habitatgroep een belangrijke indicator voor de ecologische kwaliteit van de boshabitats binnen Meijendel.

Methodische kanttekening

Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode. Bij habitat- en vogelgroepen waarin meeuwen een belangrijk aandeel vormen, kan de grafiek rond de jaren zeventig en tachtig bovendien sterk zijn beïnvloed door de opkomst en het latere verdwijnen van de grote meeuwenkolonies. De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.

Meer weten?

De grafiek op deze pagina laat de ontwikkeling van deze habitatgroep in grote lijnen zien. Via het Dashboard kunnen leden en andere geïnteresseerden de onderliggende gegevens verder verkennen, bijvoorbeeld per soort, telgebied of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met bosontwikkeling, vegetatiestructuur, natuurbeheer en andere omgevingsfactoren.