Kranswieren zijn grote, vertakte groenalgen die vooral voorkomen in helder, kalkrijk en voedselarm tot matig voedselrijk water. Zij stabiliseren het ecosysteem doordat zij voedingsstoffen vastleggen, het water helder houden en een gevarieerde leefomgeving bieden voor waterplanten, ongewervelden en vissen. Kranswierwateren behoren daardoor tot de ecologisch meest waardevolle zoetwaterhabitats van Nederland en worden beschouwd als indicatoren van een goede waterkwaliteit. Binnen Natura 2000 vormen zij een belangrijk habitattype vanwege hun grote betekenis voor de biodiversiteit van heldere, voedselarme wateren.
In Meijendel komen kranswierwateren vooral voor in delen van de infiltratieplassen waar het water helder blijft en de voedselrijkdom beperkt is. Sinds de aanleg van de infiltratieplassen in de jaren vijftig zijn deze wateren voortdurend veranderd onder invloed van waterbeheer, natuurlijke successie en herstelmaatregelen. De ontwikkeling van kranswiervegetaties vormt daardoor een belangrijke graadmeter voor de ecologische kwaliteit van het watersysteem.
De vogelsoorten van deze habitatgroep zijn afhankelijk van helder water met een rijke onderwatervegetatie. Veranderingen in hun aantallen kunnen wijzen op veranderingen in waterkwaliteit, doorzicht, voedselrijkdom of de structuur van de onderwatervegetatie. Daarmee vormen zij een biologische indicator voor de toestand van de aquatische natuur in Meijendel.
De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien dat deze habitatgroep geen constante ontwikkeling heeft doorgemaakt. Na de aanleg van de infiltratieplassen nam het aantal karakteristieke soorten aanvankelijk toe doordat nieuw leefgebied ontstond. Later veranderde de soortensamenstelling onder invloed van veranderingen in waterkwaliteit, oeverontwikkeling, vegetatiesuccessie en aangepast beheer van de plassen. Niet alle soorten reageerden daarbij op dezelfde manier. De grafiek weerspiegelt daardoor niet één afzonderlijk proces, maar de gezamenlijke ontwikkeling van de ecologische kwaliteit van het aquatische ecosysteem van Meijendel gedurende bijna zeventig jaar.
Methodische kanttekening
Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode. Bij habitat- en vogelgroepen waarin meeuwen een belangrijk aandeel vormen, kan de grafiek rond de jaren zeventig en tachtig bovendien sterk zijn beïnvloed door de opkomst en het latere verdwijnen van de grote meeuwenkolonies. De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.
Meer weten?
De grafiek op deze pagina laat de ontwikkeling van deze habitatgroep in grote lijnen zien. Via het Dashboard kunnen leden en andere geïnteresseerden de onderliggende gegevens verder verkennen, bijvoorbeeld per soort, telgebied of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met waterkwaliteit, vegetatieontwikkeling, natuurbeheer en andere omgevingsfactoren.