De Europese Vogelrichtlijn vormt sinds 1979 de basis van de vogelbescherming binnen de Europese Unie. In Bijlage I van de richtlijn zijn vogelsoorten opgenomen die vanwege hun kwetsbaarheid, zeldzaamheid of bijzondere ecologische betekenis extra bescherming vereisen. Voor deze soorten moeten lidstaten geschikte leefgebieden beschermen en waar nodig herstellen. Samen met de Habitatrichtlijn vormt de Vogelrichtlijn de juridische basis van het Natura 2000-netwerk.
Meijendel maakt als onderdeel van Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide deel uit van dit Europese netwerk. Verschillende Vogelrichtlijnsoorten gebruiken het gebied als broed-, foerageer- of rustgebied. Hun aanwezigheid onderstreept de internationale betekenis van Meijendel als natuurgebied. De bescherming van deze soorten vraagt niet alleen om behoud van afzonderlijke leefgebieden, maar ook om een goed functionerend en samenhangend duinlandschap.
De soorten binnen deze groep verschillen sterk in hun ecologie. Sommige zijn karakteristiek voor open duinen, andere voor vochtige duinvalleien, struwelen of bossen. Wat zij gemeen hebben, is dat hun instandhouding een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de lidstaten van de Europese Unie. Veranderingen in deze vogelgroep geven daarom niet alleen inzicht in de ontwikkeling van Meijendel, maar dragen ook bij aan de beoordeling van de Europese natuurdoelen.
De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien hoe de gezamenlijke dichtheid van Vogelrichtlijnsoorten zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld. Omdat deze soorten uiteenlopende habitats gebruiken, weerspiegelt de grafiek de ontwikkeling van het duinlandschap als geheel. Daarmee vormt zij een belangrijke indicator voor de ontwikkeling van soorten waarvoor Nederland binnen Europa een bijzondere verantwoordelijkheid draagt.
Een verandering in de grafiek betekent niet dat alle Vogelrichtlijnsoorten zich op dezelfde manier ontwikkelen. Sommige soorten reageren vooral op veranderingen in open duinen, andere op de ontwikkeling van bossen of natte habitats. De gezamenlijke trend geeft daarom vooral inzicht in de ontwikkeling van deze internationaal beschermde soorten. Voor een goede interpretatie is het belangrijk de resultaten te combineren met de habitatgroepen, de ecologische vogelgroepen en de ontwikkelingen van afzonderlijke soorten.
Methodische kanttekening
Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode.
Daarnaast kan de grafiek worden beïnvloed door de sterke groei van de meeuwenkolonies vanaf de jaren zeventig en hun vrijwel volledige verdwijnen na de terugkeer van de vos in de tweede helft van de jaren tachtig. In sommige jaren omvatten deze kolonies meer broedparen dan alle overige broedvogels van Meijendel samen. Wanneer één of meer meeuwensoorten deel uitmaken van deze groep, kan dit de gezamenlijke dichtheid sterk beïnvloeden.
De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.
Meer weten?
De grafiek op deze pagina laat de gezamenlijke ontwikkeling van de Vogelrichtlijnsoorten zien. Via het Dashboard kunnen de onderliggende gegevens verder worden verkend, bijvoorbeeld per soort, habitat of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met landschap, natuurbeheer en andere omgevingsfactoren.