De ecologische vogelgroep Grazige vegetaties omvat broedvogels die afhankelijk zijn van open terreinen met een lage begroeiing van grassen, kruiden en mossen. In Meijendel gaat het vooral om soorten van de open droge duinen, waar een afwisselend mozaïek van kortgrazige vegetaties, kruidenrijke delen en open zand voorkomt. Veel van deze soorten foerageren op de grond en zijn voor hun voortplanting afhankelijk van een rijk insectenleven en een open landschap.
Het functioneren van grazige vegetaties wordt bepaald door een samenspel van natuurlijke processen en natuurbeheer. Van oudsher hielden konijnen grote delen van het duin kort begraasd en open. Daarnaast zorgden wind en verstuiving voortdurend voor verjonging van de vegetatie. In de afgelopen decennia hebben veranderingen in de konijnenstand, een afnemende zanddynamiek en een verhoogde stikstofdepositie op veel plaatsen geleid tot vergrassing en verruiging. Om het karakter van het open duin te behouden worden in Meijendel verschillende beheermaatregelen toegepast, waaronder begrazing, herstel van verstuiving en het lokaal verwijderen van opslag.
De vogelsoorten van deze groep profiteren van een gevarieerde vegetatiestructuur waarin open zand, lage begroeiing en kruidenrijke delen elkaar afwisselen. Zij reageren niet alleen op de oppervlakte van grazige vegetaties, maar vooral op de structuur, voedselrijkdom en insectenbeschikbaarheid. Een kruidenrijk en insectenrijk open duin biedt veel meer mogelijkheden dan een dicht vergraste vegetatie.
Veranderingen in deze vogelgroep geven belangrijke informatie over het functioneren van het open duinsysteem. Een afname kan wijzen op vergrassing, verstruweling, een afnemende insectenrijkdom of het verdwijnen van open zand. Een toename kan samenhangen met herstel van natuurlijke dynamiek, een gevarieerder vegetatiemozaïek of succesvol beheer gericht op het behoud van open duinen. De gezamenlijke trend weerspiegelt daardoor vooral de ontwikkeling van de open, droge delen van het duinlandschap.
De bijna zeventigjarige broedvogelgegevens laten zien dat de ontwikkeling van deze vogelgroep nauw samenhangt met de veranderingen die het open duinlandschap van Meijendel sinds de jaren vijftig heeft doorgemaakt. De grafiek laat zien hoe het functioneren van grazige vegetaties veranderde onder invloed van natuurlijke successie, veranderingen in de konijnenstand, stikstofdepositie en natuurbeheer. In combinatie met de habitatgroep Grijze duinen ontstaat zo een completer beeld van zowel de ecologische kwaliteit van het habitat als het functioneren van het open duinsysteem.
Methodische kanttekening
Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode. Bij vogelgroepen waarin meeuwen een belangrijk aandeel vormen, kan de grafiek rond de jaren zeventig en tachtig bovendien sterk zijn beïnvloed door de opkomst en het latere verdwijnen van de grote meeuwenkolonies. De langetermijnontwikkeling blijft echter goed bruikbaar voor ecologische interpretatie.
Meer weten?
De grafiek op deze pagina laat de ontwikkeling van de vogelgroep Grazige vegetaties in grote lijnen zien. Via het Dashboard kunnen leden en andere geïnteresseerden de onderliggende gegevens verder verkennen, bijvoorbeeld per soort, telgebied of periode. Voor onderzoekers biedt de Shiny-app uitgebreide mogelijkheden om trends statistisch te analyseren en relaties te onderzoeken met vegetatiestructuur, natuurbeheer, stikstofdepositie en landschapsontwikkeling.