Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Bairds Strandloper is een kleine strandloper. De bovenzijde van het zomerkleed is donkerbruin gevlekt, de onderzijde wit en op de stuit zit een zwarte vlek. Deze strandloper heeft een ongewoon afgeplat lichaam en een ovale vorm wanneer van achteren of van voren gekeken. Bairds Strandloper heeft een korte en rechte zwarte snavel en vrij korte, zwarte poten. In winterkleed vervaagd het donkerbruin op de rug en blijven enkele vage, donkergrijze vlekken over. Het meest bruikbare kenmerk om deze van andere strandlopers te onderscheiden zijn de lange vleugels, die op de grond tot voorbij de staartpunt steken.
Bairds Strandlopers broeden op de noordelijke toendra van Noord-Amerika en in het meest noordoostelijke puntje van Siberië. Het nest ligt op de grond, op een droge plek tussen de lage vegetatie. Het voedsel bestaat uit insecten en kleine kreeftachtigen.
Bairds Strandlopers zijn uitgesproken lange afstand trekvogels die in Zuid-Amerika overwinteren, van Ecuador tot in Vuurland, het uiterste zuiden van Argentinië. Soms raken vogels tijdens de trek op drift en verdwalen tot in West-Europa, vooral de Britse eilanden. In Nederland zijn van 1980 tot en met 1999 drie waarnemingen gemeld. Sinds 2000 zijn zo’n vijftien gevallen bekend, een beduidende toename derhalve. Mogelijk dat dit ook vogels uit Siberë betreft. Het gros van deze waarnemingen was in het kustgebied en in augstus-september (bron: Dutchbirding/Waarneming.nl).
Bairds Strandlopers broeden op de noordelijke toendra van Noord-Amerika en in het meest noordoostelijke puntje van Siberië. Het nest ligt op de grond, op een droge plek tussen de lage vegetatie. Het voedsel bestaat uit insecten en kleine kreeftachtigen.
Bairds Strandlopers zijn uitgesproken lange afstand trekvogels die in Zuid-Amerika overwinteren, van Ecuador tot in Vuurland, het uiterste zuiden van Argentinië. Soms raken vogels tijdens de trek op drift en verdwalen tot in West-Europa, vooral de Britse eilanden. In Nederland zijn van 1980 tot en met 1999 drie waarnemingen gemeld. Sinds 2000 zijn zo’n vijftien gevallen bekend, een beduidende toename derhalve. Mogelijk dat dit ook vogels uit Siberë betreft. Het gros van deze waarnemingen was in het kustgebied en in augstus-september (bron: Dutchbirding/Waarneming.nl).