Terug naar soorten

Drieteenstrandloper

Calidris alba Strandlopers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Drieteenstrandloper
Drieteenstrandloper

Beschrijving

De Drieteenstrandloper is ongeveer even groot als de Bonte Strandloper, maar compacter. De kop en bovendelen zijn kastanjebruin met zwarte strepen op de kop en vlekken op de rug. De onderzijde is wit behalve de borst, die is kastanjebruin met kleinere donkere vlekjes. In de vlucht valt de witte vleugelstreep op een bijna zwarte ondergrond op. De snavel is kort en dik. Aan de wat korte poten ontbreekt de achterteen. In winterkleed is hij overwegend wit, zie daar de verklaring voor de wetenschappelijke naam Calidris alba.

Deze strandloper heeft een karakteristiek fourageergedrag waarin hij in hoog tempo langs de waterlijn rent, de terugtrekkende golven volgt en dan naar prooi pikt. Het voedsel bestaat uit ongewervelden als krabbetjes en garnalen, slakjes, wormen en insecten. Hij vult dit in de zomer aan met plantaardig materiaal zoals wier, mos en zaden.

Winterkleed Drieteenstrandloper
Drieteenstrandloper in broedkleed
foto: Charles James Sharpe - Sharp Photography
Drieteenstrandlopers zijn extreme trekvogels. Ze broeden ver naar het noorden op de Hoog-Arctische toendra in de kustgebieden van Noord-Canada en Alaska, in het noorden van Groenland en Spitsbergen en in het uiterste noorden van Centraal-Siberië. Het nest ligt op een open en droge plek bij een nat gebied. Het is een ondiep kuiltje, meestal spaarzaam bekleed met bijvoorbeeld korstmos. Beide ouders broeden en vaak zijn er twee broedsels.

Na het broedseizoen trekken Drieteenstrandlopers naar het zuiden, eerst de ouders, wat later de jongen. Ze trekken over zee en langs de kust naar de overwinteringsgebieden. Voor sommige is dat West-Europa, maar de meeste trekken door naar de kusten van het Afrikaanse continent. Voor de meest zuidelijke trekvogels betekent dat een tocht van 10.000 km!

Langs de Nederlandse kust zijn Drieteenstrandlopers bekende gasten op de Noordzeestranden, maar echt grote concentraties komen alleen voor op onbewoonde of afgelegen zandplaten. De aantallen in nazomer, herfst en winter vertonen weinig variatie. Tijdens de voorjaarstrek in mei kunnen de aantallen verdubbelen. De landelijk getelde aantallen namen vanaf ongeveer 1995 toe, maar zijn rond 2010 gestabiliseerd. De aan zout water gebonden Drieteenstrandloper duikt maar weinig in het binnenland op (bron: Sovon).

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn