Terug naar soorten

Krombekstrandloper

Calidris ferruginea Strandlopers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Krombekstrandloper
Krombekstrandloper Foto: Kuzey Cem Kulaçoğlu|https://www.hbw.com/ibc/photo/curlew-sandpiper-calidris-ferruginea/adult-fresh-breeding-plumage

Beschrijving

Een Krombekstrandloper is ietsje groter dan een Bonte Strandloper. Een adult mannetje in de broedtijd heeft een steenrood kleed, alleen onder de staart is hij wit en hij heeft een witte stuit. De bovenzijde is zwart gevlekt, de kruin zwart gestreept. Een vrouwtje is bleker van kleed. Kenmerkend is de vrij lange, naar beneden gebogen snavel. In winterkleed lijkt de Krombekstrandloper sterk op de Bonte Strandloper, dan is hij van boven grijsbruin en van onder vaalwit; de snavel en langere poten brengen dan uitkomst in de determinatie.

Krombekstrandlopers zijn lange afstand trekvogels. Het broedgebied ligt op de noordelijke Siberische toendra waar het vrouwtje een nestplaats vrijmaakt op de grond en spaarzaam bekleedt. Er is één broedsel dat zij alleen uitbroedt. De jongen zijn nestvlieders en worden door het vrouwtje verzorgd.

Het dieet van Krombekstrandlopers bestaat uit ongewervelden. Buiten de broedtijd voornamelijk wormen, schelpdieren, kreeftachtigen, geleedpotigen en insecten. In de broedtijd vooral insecten en hun larven. Ze fourageren vaker in dieper water dan de Bonte Strandloper, ze lopen dan tot de buik in het water en gaan geheel met de kop onder.
Krombekstrandloper in winterkleed
Krombekstrandloper in winterkleed.Foto: bosfoto.nl.
Klik foto voor vergroting.

Vanaf begin juli wordt het broedgebied weer verlaten. Krombekstrandlopers volgen een Oost-Atlantische trekroute vanuit het uiterste noorden van Centraal-Siberië naar West- en Zuidelijk-Afrika tot in Zuid-Afrika, een afstand van 15.000 km! In het voorjaar (april-mei) trekken de vogels via een meer oostelijke route terug naar hun broedgebieden. Tijdens de trek wordt ook Nederland aangedaan.

Krombekstrandlopers houden van slibrijk stevig wad en zijn het talrijkst langs de Fries-Groningse Waddenkust en in delen van het Deltagebied. In het binnenland is het een schaarse soort. In Nederland worden Krombekstrandlopers vooral gezien tijdens de najaarstrek. Die begint in juli (volwassen vogels) en levert de hoogste aantallen op in augustus (veel jonge vogels). Na begin oktober zijn Krombekstrandlopers vrijwel absent tot en met april. De in het najaar getelde aantallen schommelen jaarlijks fors. Dit hangt samen met omstandigheden in de broedgebieden (veel of weinig jongen) en de weersituatie boven Europa. De voorjaarstrek speelt zich af in mei. Het gaat daarbij om lage aantallen, waarbij bij ons bij stevige oostenwinden de meeste trekkers worden gezien (bron: Sovon ).