Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Poelruiter heeft grijsbruine bovendelen, het voorhoofd en de onderzijde zijn wit. Een Poelruiter lijkt veel op een Groenpootruiter, met dit verschil dat de snavel van een Poelruitrer dunner, iets korter en recht is. De poten zijn lang en in de vlucht valt op dat deze duidelijk uitsteken achter de staart. Dan is ook te zien dat de witte wig op de rug langer en smaller is. Deze ruiter is iets kleiner dan een Tureluur en groter dan de Bosruiter. In zomerkleed heeft een Poelruiter zwart-bruine vlekken met witte randen op de rug.
Het broedgebied van Poelruiters loopt van Oost- Europa tot in Oost-Azië, waar ze broeden op vochtige steppen en in moerassen. Het nest is een in vegetatie verstopt kuiltje, bedekt met wat gras en bladeren. Het nest is in de buurt van water, want daar is het voedsel te vinden. Poelruiters eten hoofdzakelijk waterinsecten en de larven daarvan, tevens weekdieren en kleine kreeftachtigen.
Poelruiters trekken over een breed front naar het zuiden en overwinteren in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Tijdens de trek dwalen enkele vogels af en belanden in West-Europa. Ze worden dan ook in Nederland gezien en dat in "spectaculair" toenemende aantallen. De meeste vogels worden gezien in de periode april-mei, maar ook wel daarbuiten (bron: Dutchbirding).
Het broedgebied van Poelruiters loopt van Oost- Europa tot in Oost-Azië, waar ze broeden op vochtige steppen en in moerassen. Het nest is een in vegetatie verstopt kuiltje, bedekt met wat gras en bladeren. Het nest is in de buurt van water, want daar is het voedsel te vinden. Poelruiters eten hoofdzakelijk waterinsecten en de larven daarvan, tevens weekdieren en kleine kreeftachtigen.
Poelruiters trekken over een breed front naar het zuiden en overwinteren in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië. Tijdens de trek dwalen enkele vogels af en belanden in West-Europa. Ze worden dan ook in Nederland gezien en dat in "spectaculair" toenemende aantallen. De meeste vogels worden gezien in de periode april-mei, maar ook wel daarbuiten (bron: Dutchbirding).