Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Houtsnip
Opname: ChristianSW · Wikimedia Commons · CC0 1.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Houtsnip is uitstekend gecamoufleerd dankzij roodbruine bovendelen met een fijne tekening en hij vertrouwt op die schutkleur. Hij heeft een gezichtsveld van 360° waarmee hij de omgeving goed in de gaten kan houden. Platgedrukt tegen de bosbodem valt hij nauwelijks op en roert zich niet of nauwelijks, ook niet bij geringe verstoring. Alleen bij direct gevaar zal hij vlak voor je voeten opvliegen. Dan zig-zagt hij snel en behendig, laag tussen bomen en struiken door. Normaliter worden ze pas in de schemering actief en kan het silhouet van een Houtsnip wel eens worden gezien.
In het voorjaar, tijdens de baltsvlucht, is de kans er eentje vliegend te spotten het grootst. Die baltsvlucht wordt gekenmerkt door een trage vleugelslag met wijd gespreide staartveren. Daarbij laat het mannetje een wat knorrend geluid horen en maken de gespreide staartveren een kenmerkend fluitend geluid. Het nest is een kuiltje op de grond dat met mos en bladeren wordt bekleed. De meestal 4 eieren worden door het vrouwtje bebroed; beide ouders verzorgen de jongen. Vaak volgt een tweede broedsel.
De Houtsnip boort met de lange snavel in de vochtige bodem op zoek naar wormen, insecten, larven en slakjes.
Voorkomen
Sinds ongeveer 1975 zijn naast regionale afnames (deel Veluwe en duinen) ook toenames vastgesteld (vestiging in bossen van Flevoland). Op basis van tellingen en correcties van de aantallen voor de problemen bij het tellen, komt men momenteel op zo'n 2.000 tot 3.000 paren.
Nadat het aantal broedende Houtsnippen in Meijendel eind vorige eeuw is gekelderd, lijkt het nu stabiel, al is het met hooguit maar een handvol gevallen.
Vogelkenmerken
Verborgen bossteltloper van vochtige of rustige bosbodems; sondeert naar wormen en baltst vooral in schemering.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken, sonderen.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0