Terug naar soorten

Houtsnip

Scolopax rusticola Strandlopers

Broedvogel
58jaren
430territoria
37hoogste jaar

1965 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Houtsnip
Houtsnip Foto: Stephan Sprinz · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Houtsnip is een wat plompe steltloper die zich op het droge thuisvoelt, vooral in (vochtige) bossen met voldoende ondergroei en open plekken. Het is bij ons een schaarse broedvogel en wintervogel in klein aantal. De belangrijkste broedgebieden liggen in Wit-Rusland, Finland en Zweden. Op reis van en naar de overwinteringsgebieden in het zuiden van Europa trekt deze snip in behoorlijke aantallen door Nederland.

De Houtsnip is uitstekend gecamoufleerd dankzij roodbruine bovendelen met een fijne tekening en hij vertrouwt op die schutkleur. Hij heeft een gezichtsveld van 360° waarmee hij de omgeving goed in de gaten kan houden. Platgedrukt tegen de bosbodem valt hij nauwelijks op en roert zich niet of nauwelijks, ook niet bij geringe verstoring. Alleen bij direct gevaar zal hij vlak voor je voeten opvliegen. Dan zig-zagt hij snel en behendig, laag tussen bomen en struiken door. Normaliter worden ze pas in de schemering actief en kan het silhouet van een Houtsnip wel eens worden gezien.

In het voorjaar, tijdens de baltsvlucht, is de kans er eentje vliegend te spotten het grootst. Die baltsvlucht wordt gekenmerkt door een trage vleugelslag met wijd gespreide staartveren. Daarbij laat het mannetje een wat knorrend geluid horen en maken de gespreide staartveren een kenmerkend fluitend geluid. Het nest is een kuiltje op de grond dat met mos en bladeren wordt bekleed. De meestal 4 eieren worden door het vrouwtje bebroed; beide ouders verzorgen de jongen. Vaak volgt een tweede broedsel.

De Houtsnip boort met de lange snavel in de vochtige bodem op zoek naar wormen, insecten, larven en slakjes.

Voorkomen

Eind jaren 1970 werden nog zo'n 3.000 tot 4.500 paren geschat, de aantallen lijken echter terug te lopen. De Houtsnip is lastig te inventariseren door zijn nachtelijke levenswijze; los daarvan zegt het aantal baltsende mannetjes nog niets over het aantal broedende vrouwtjes. Dit maakt het lastig om trends vast te stellen.

Sinds ongeveer 1975 zijn naast regionale afnames (deel Veluwe en duinen) ook toenames vastgesteld (vestiging in bossen van Flevoland). Op basis van tellingen en correcties van de aantallen voor de problemen bij het tellen, komt men momenteel op zo'n 2.000 tot 3.000 paren (bron: zie vogel.asp r398).

Nadat het aantal broedende Houtsnippen in Meijendel eind vorige eeuw is gekelderd, lijkt het nu stabiel, al is het met hooguit maar een handvol gevallen.

Vogelkenmerken

Verborgen bossteltloper van vochtige of rustige bosbodems; sondeert naar wormen en baltst vooral in schemering.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van vochtige, beschutte bosbodems en natte bosranden. Foerageren op de bosbodem of in de strooisellaag. Sonderen in zachte bodem met snavel.

Voedsel van volwassen vogels: Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Spinnen als voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron.

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Eenvoudig uitgekrabd nestkuiltje. Nest met verborgen zij-ingang.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Kuikens kunnen door oudervogel tussen poten of lichaam worden verplaatst. Zang of activiteit vooral rond zonsopkomst en zonsondergang. Balts vooral in avond- of ochtendschemering. Verborgen en verstoringsgevoelig gedrag als grondbroeder.