Terug naar soorten

Temmincks Strandloper

Calidris temminckii Strandlopers

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Temmincks Strandloper
Temmincks Strandloper Foto: Andreas Trepte|https://www.photo-natur.net/

Beschrijving

Temmincks Strandloper is met max. 15 cm een van de kleinere strandlopers. De bovenzijde is in het zomerkleed grijsbruin met een variabele hoeveelheid vlekken van donkere veren met roodbruine en gele randen. De borst is bruingrijs gevlekt en de onderzijde is wit. In winterkleed vervaagt het contrast in de tekening van het zomerkleed. De staartzijdes zijn wit, de snavel donkerrood met zwart en de poten geel.

Een Temmincks Strandloper valt door zijn gedrag niet erg op. Hij houdt zich vooral op in of naast de oevervegetatie en minder op de open vlakte. Bovendien fourageert hij met gebogen poten, als het ware kruipend, en met een lage 'pikfrequentie'. Hij eet insecten en andere ongewervelden, die meest vanaf oppervlak worden opgepikt.

Temmincks Strandlopers zijn trekvogels. De belangrijkste broedgebieden liggen in Scandinavië en Noord-Rusland, tot aan de Bering Zee. Ze broeden op grassige natte toendra, langs meren, fjorden en rivieren. Het nest is een ondiep kuiltje bekleed met wat blaadjes op de grond tussen de bodemvegetatie. Vaak legt het vrouwtje twee legsels in verschillende nesten, waarna het mannetje op het tweede nest gaat broeden. Soms zoekt het vrouwtje een ander mannetje voor het tweede nest èn soms neemt het mannetje nog een tweede vrouwtje… De jongen worden door beide ouders grootgebracht. Eind juni vertrekken de vogels naar de wintergebieden in Afrika, India en Zuidoost-Azië. Vogels uit Scandinavië en Noordwest-Siberië trekken naar Afrika zuid van de Sahara en trekken dan ook door ons land.

Temmincks Strandlopers kunnen tijdens de trek door heel Nederland worden gezien op ondiepe plassen, soms ook hele kleine. Het gaat doorgaans om een of enkele vogels, met alleen tijdens de voorjaarstrek groepjes tot enkele tientallen. De voorjaarstrek speelt zich vrijwel geheel in mei af, met de top rond het midden van de maand. De najaarstrek begin half juli en loopt door tot in oktober, met de meeste waarnemingen in augustus en begin september (bron: Sovon ).