Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een vrij herkenbare vogel: groot en bruin gestreept, met lange poten en een lange omlaag gebogen snavel. Ook de melancholieke roep is onmiskenbaar: een klagend 'koer-li'. Wie het eenmaal kent zal het niet licht vergeten. Die lange snavel heeft een gevoelige punt en is uitermate geschikt om diep in de grond te zoeken naar regenwormen en andere ongewervelden.
Heide-, hoogveen- en duingebieden, eens het voorkeurs broedbiotoop van deze soort, zijn vrijwel al hun Wulpen kwijtgeraakt. Tegenwoordig broeden de meeste Wulpen in vaak open, soms ook meer besloten graslanden op zandige of venige gronden in het oosten en zuiden van het land. Lokaal nestelt de soort ook op kleigrond, bijvoorbeeld in delen van het rivierengebied.
Het mannetje maakt tussen de begroeiing meedere kuiltjes om als nest te dienen, waar het vrouwtje er eentje van uitkiest en vervolgens met gras bekleedt. Ze legt er 4 eieren in, die beide ouders uitbroeden. Zij verzorgen de jongen samen.
Buiten de broedtijd komt in Nederland ook de sterk gelijkende Regenwulp voor. Deze is een stuk kleiner en heeft donkere strepen op de kop en een snavel die niet over de volle lengte naar beneden is gebogen.
Voorkomen
Het aantal broedgevallen in Meijendel vertoont eveneens een sterke daling. De Wulp is eind vorige eeuw als broedvogel uit Meijendel verdwenen.
Vogelkenmerken
Grote steltloper van open duinen en open landschappen; grondbroeder, zeer voorzichtig bij het nest en foeragerend op wormen en grote insecten.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep, Kievit-groep, Scholekster-groep); Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Veldleeuwerik-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Gebruik van open duinlandschap met weinig struikopslag. Sonderen in zachte bodem met snavel. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.
Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. grote insecten Wormen als belangrijke voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. grote insecten als jongenvoedsel
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking. Open grondnest.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Terugkeer naar nest via schijnbaar foeragerend gedrag. Nest wordt al op zeer grote afstand verlaten bij verstoring. Herkenning van individuele waarnemers of terugkerende verstoringsbronnen. Trillende vleugels tijdens baltsvlucht.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.