Terug naar soorten

Zwarte Zee-eend

Melanitta nigra Eenden

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Zwarte Zee-eend
Zwarte Zee-eend Foto: Jason Thompson|https://www.flickr.com/photos/79492850@N00/with/7557379276/

Beschrijving

Het prachtkleed van het mannetje Zwarte Zee-eend is (dat laat zich raden…) zwart, vrouwtje en mannetje in winterkleed zijn donkerbruin. Op de snavel van het mannetje zit een knobbel tegen het voorhoofd, de bovenkant is gedeeltelijk geel. De wangen en zijkant van de hals van het vrouwtje zijn lichtbruin. Mannetjes hebben een puntige staart. (Als mannetjes een witte vlek bij het oog hebben en vrouwtjes twee witte vlekken in het gezicht zijn het Grote Zee-eenden.)

Zwarte Zee-eenden zijn sterk gebonden aan zout en brak water en duiken daar naar schelpdieren, garnalen en krabben. Ze broeden in Schotland, IJsland, Noord-Europa, tot in Siberië, niet in Nederland. Ze broeden daar niet aan de kust, maar meer landinwaarts, in uiteenlopende biotopen.

Na het broedseizoen trekken ze zuidwaarts, naar de wintergebieden. Met z'n tienduizenden overwinteren ze in de Noord- en Oostzee, waar rijke schelpbanken voorkomen. In Nederland is dat vooral ten noorden van de Waddeneilanden. Ze verblijven dan normaliter op zee.

Verplaatsingen over zee - deels trek en deels lokale bewegingen, bijvoorbeeld op zoek naar voedsel - worden het hele jaar wel geregistreerd. In de periode half maart-half mei worden de meeste langsvliegende exemplaren gezien. Niet broedende Zwarte Zee-eenden trekken niet altijd terug naar de broedgronden maar overzomeren in ons deel van Europa.

Aantallen Zwarte Zee-eenden in Nederland
De aantallen overwinteraars liepen in 1990-2000 op tot 140.000 maar komen sindsdien doorgaans nog niet tot de helft, geschat maximum winter/doortrek 12.000-59.000, jan (2009-2014). Het leegvissen van schelpenbanken zal daarbij zeker meespelen. Ook in de Oostzee, een uiterst belangrijk overwinteringsgebied, halveerden de aantallen sinds 1993. Bron: Sovon.

Bescherming

De aantallen overwinteraars liepen in 1990-2000 op tot 140.000 maar komen sindsdien doorgaans nog niet tot de helft, geschat maximum winter/doortrek 12.000-59.000, jan (2009-2014). Het leegvissen van schelpenbanken zal daarbij zeker meespelen. Ook in de Oostzee, een uiterst belangrijk overwinteringsgebied, halveerden de aantallen sinds 1993. Bron: Sovon.