Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Wat bij de Birlduiker vooral opvalt is de puntige kop en de witte vlek onder de knalgele ogen bij het mannetje. Aan die ‘bril’ heeft deze soort zijn naam te danken. Verder is het mannetje zwart-wit van kleed met een groen-zwarte kop. Het vrouwtje is wat meer grijsbruin en heeft een donkerbruine kop. In de vlucht vallen de vrij vierkante vleugelschilden bij beide op; die vlucht wordt gekenmerkt door een hoge slagfrequentie vanwege de kleine vleugels.
Brilduikers zoeken hun voedsel vooral onder water (de naam suggereert ook dat al…). Ze eten hoofdzakelijk kreeftachtigen, insecten en weekdieren. In de broedtijd is het hoofdbestanddeel insecten en larven.
Het broedgebied van Brilduikers ligt in de naaldhoutgebieden van de Scandinavische landen en het noorden van Rusland. De Brilduiker is een holenbroeder, natuurlijke holtes of oude nesten van de Zwarte Specht hebben de voorkeur, maar soms wordt een konijnenhol gebruikt. Het baltsgedrag van de woerd is boeiend en vrij uitgebreid. Het mannetje zwemt om het vouwtje heen en steekt daarbij kop en staart recht omhoog. Ook buigt hij zijn kop achterover tot op de rug, met de snavel recht omhoog.
Maar als de eieren gelegd zijn houdt hij het gauw voor gezien, het vrouwtje broedt alleen en het mannetje knijpt er al na een paar weken tussen uit. De jonge eenden verlaten het nest na een dag drie, ze blijven bij de moeder.
Vooral langs de IJsel tussen Deventer en Zwolle komt de Brilduiker in geringe aantallen tot broeden in de holtes van knotwilgen. Het is niet uit te sluiten dat dit geen echte wilde exemplaren zijn, maar uit avifauna’s of hobby-collecties ontsnapte eenden.
Brilduikers zijn trekvogels, al trekken ze niet ver naar het zuiden. De Europese broedvogels overwinteren in Zuid-Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en West- en Midden-Europa. Dan zijn ze ook in ons land te zien, vooral tussen november en maart. De grootste aantallen verblijven in het IJsselmeergebied en, vooral ook bij vorst, het Deltagebied, maar Brilduikers zijn ook op kleinere plassen te verwachten. De voorkeur gaat uit naar zoete of brakke wateren. Tussen 1985-1995 namen de aantallen toe. Dit hield deels verband met het beschikbaar komen van nieuwe gebieden in afgesloten en daarna verzoetende zeearmen in het Deltagebied. Sinds ongeveer 2000 nemen de aantallen weer af, het geschat aantal wintergasten/doortrekkers in de periode 2009-2014 is 9000-13000 eenden. Vermoedelijk komt dit deels door een verschuiving binnen het Europese overwinteringsgebied. In het Oostzeegebied nemen de aantallen namelijk toe (bron: Sovon ).
Brilduikers zoeken hun voedsel vooral onder water (de naam suggereert ook dat al…). Ze eten hoofdzakelijk kreeftachtigen, insecten en weekdieren. In de broedtijd is het hoofdbestanddeel insecten en larven.
Het broedgebied van Brilduikers ligt in de naaldhoutgebieden van de Scandinavische landen en het noorden van Rusland. De Brilduiker is een holenbroeder, natuurlijke holtes of oude nesten van de Zwarte Specht hebben de voorkeur, maar soms wordt een konijnenhol gebruikt. Het baltsgedrag van de woerd is boeiend en vrij uitgebreid. Het mannetje zwemt om het vouwtje heen en steekt daarbij kop en staart recht omhoog. Ook buigt hij zijn kop achterover tot op de rug, met de snavel recht omhoog.
![]() |
| Een kenmerkende baltshouding van het mannetje.
Klik de foto voor een vergroting. Foto: vogeldagboek.nl |
Vooral langs de IJsel tussen Deventer en Zwolle komt de Brilduiker in geringe aantallen tot broeden in de holtes van knotwilgen. Het is niet uit te sluiten dat dit geen echte wilde exemplaren zijn, maar uit avifauna’s of hobby-collecties ontsnapte eenden.
Brilduikers zijn trekvogels, al trekken ze niet ver naar het zuiden. De Europese broedvogels overwinteren in Zuid-Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en West- en Midden-Europa. Dan zijn ze ook in ons land te zien, vooral tussen november en maart. De grootste aantallen verblijven in het IJsselmeergebied en, vooral ook bij vorst, het Deltagebied, maar Brilduikers zijn ook op kleinere plassen te verwachten. De voorkeur gaat uit naar zoete of brakke wateren. Tussen 1985-1995 namen de aantallen toe. Dit hield deels verband met het beschikbaar komen van nieuwe gebieden in afgesloten en daarna verzoetende zeearmen in het Deltagebied. Sinds ongeveer 2000 nemen de aantallen weer af, het geschat aantal wintergasten/doortrekkers in de periode 2009-2014 is 9000-13000 eenden. Vermoedelijk komt dit deels door een verschuiving binnen het Europese overwinteringsgebied. In het Oostzeegebied nemen de aantallen namelijk toe (bron: Sovon ).
Voorkomen
In 1985 vond het eerste zekere broedgeval in Nederland plaats. Daarna leek de Brilduiker zich te ontwikkelen tot vaste Nederlandse broedvogel, met een tiental broedparen in 1990-2000. Sindsdien zijn de aantallen weer afgenomen en blijven de aanwijzingen voor broedgevallen in sommige jaren vaag. De meeste broedgevallen zijn vastgesteld in landgoedbossen in het IJsseldal. De broedpopulatie in de periode 2008-2010 was 15-20 paren groot (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Bescherming
In de broedgebieden zijn het verlies van, of de vermindering van de kwaliteit van wetlands een bedreiging. Omdat de Bruilduiker als broedvogel in Nederland zeer zeldzaam is staat hij als 'gevoelige soort' op de Nederlandse Rode lijst. Bruilduikers zijn in hun overwinteringsgebied kwetsbaar door langdurige watervervuiling door olie (bron: Vogelbescherming Nederland ).
