Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het voedsel van de Krooneend bestaat uit waterplanten en dan vooral uit kranswieren die grondelend maar ook duikend gevonden worden. Aanwezigheid van Krooneenden weerspiegelt bijna de beschikbaarheid van kranswieren.
De Krooneend is van origine een broedvogel van Aziatische steppemeren. Verdroging van veel van deze meren leidde tot een trek naar het westen, waarbij ons land rond 1940 werd bereikt. Vooral de Utrechts/Hollandse veenplassen en wat later de Randmeren waren bij de soort in trek. De Nederlandse Krooneenden horen bij de relatief kleine fly-way in Midden- en Zuidwest-Europa.
Vooral na 2000 breidden ze hun areaal verder uit. In toenemende mate zijn nu de Vechtplassen, Noordelijke IJsselmeer en Randmeren van belang, alsmede enkele plassen in vooral West-Nederland waaronder in Meijendel. Verbetering van de waterkwaliteit en grootschalig herstel van waterplantvegetaties zijn debet aan deze ontwikkelingen.
Krooneenden geven de voorkeur aan gebieden met een rijke waterplantenvegetatie -kranswieren!- in niet te diep water met veilige broedplekken op eilandjes en/of in moerassige randen. Het nest maken ze op een goed verborgen plek in het riet of onder een struik bij het water. Het vrouwtje broedt de eieren (8-10) alleen uit, het mannetje verlaat het vrouwtje voordat de eieren uitkomen.
Overigens zijn Krooneenden jaarrond in ons land aanwezig. Na de rui worden ze in grote groepen aangetroffen op de Gouwzee en het Veluwemeer/Wolderwijd. Ook Meijendel/Berkheide, het Drontermeer en de ondieptes voor de Makkumer Noordwaard zijn dan in trek. Ze worden buiten de broedtijd ook gezien in de broedgebieden, tenzij deze tijdens strenge vorst dichtvriezen.
Aanvullende informatie
• Verdere uitbreiding Krooneend? Nieuwsbericht op sovon.nl.
• De Krooneend, exotisch mooi, maar geen exoot in Nederland. Limosa 78 (2005).
Voorkomen
In Meijendel kon in 2005, na incidentele broedgevallen in de jaren '80 en rond de eeuwwisseling, voor de eerste keer met zekerheid de Krooneend aan de lijst met broedvogels worden toegevoegd: op 27 mei werd een vrouwtje met 10 donsjongen gezien en op 31 mei werd dat stel wederom waargenomen. Ook in 2006 is succesvol broeden met zekerheid vastgesteld. De spectaculaire groei in 2007 is waarschijnlijk het gevolg van het zeer voorgezuiverde en daardoor heldere water, daarin krijgen kranswieren de kans; in menige plas kun je die op de bodem zien liggen. Die groei vlakt na na een piek in 2011 eerst iets af, maar gaat de laatste jaren geleidelijk verder.
Vogelkenmerken
Plantaardig georiënteerde duikeend van grote heldere wateren met rietoevers.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Voedsel voor jongen: kuikens/nestvlieders: waterplanten en plantendelen Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Drijvend nest of nest op watervegetatie. Nest op eilandje of predatorvrije eilandlocatie. Nest in rietvegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast. Los gegroepeerd broeden of beperkte territoriale exclusiviteit; geen strikte kolonie.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.