Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bergeend
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bergeend is een grote, opvallend getekende eend. Het is een jaarvogel die altijd de kustgebieden heeft bevolkt, maar sinds de jaren vijftig meer landinwaarts is getrokken. Deze eenden broeden tegenwoordig in de noordelijke provincies en rond het IJsselmeer.
In tegenstelling tot de meeste andere eendensoorten heeft het vrouwtje dezelfde tekening als het mannetje, alleen mist ze de snavelknobbel van de woerd. Ze zou daardoor een makkelijk prooi kunnen vormen voor rovers, maar omdat Bergeenden in holen broeden loopt ze nauwelijks gevaar.
Het goed verborgen nest, vaak in een konijnenhol, wordt bekleed met gras, dons en veren van de eigen borst. Het vrouwtje broedt de 8-14 eieren alleen uit en verzorgt de jongen. Een Bergeend voedt zich met krabbetjes en garnalen maar ook met visjes, insecten, pieren en kleine hoeveelheden plantaardig voedsel.
Van oudsher trekken vrijwel alle West-Europese Bergeenden na de broedtijd naar het waddengebied van Sleeswijk-Holstein in Duitsland om te ruien; dan blijven een paar volwassen vogels achter als kinderoppas. Rond de eeuwwisseling ruiden daar ruim 200.000 Bergeenden. Sindsdien namen de aantallen er gestaag af en vormden zich steeds grotere ruiconcentraties in de Nederlandse Waddenzee. De vraag is wat het Nederlandse wad in de zomermaanden zo aantrekkelijk maakt voor ruiende Bergeenden. Lees hier het artikel dat uitgebreid ingaat op deze vraag. Het artikel verscheen in Limosa.
Voorkomen
Van oorsprong een kustvogel, heeft de Bergeend vanaf 1970 zijn broedgebied landinwaarts uitgebreid. Tegelijkertijd verminderden de aantallen in de duinstrook, waarbij de decimering van het Konijn (levert nestgelegenheid en houdt de vegetatie kort) en predatie door Vossen meespeelt. Door de uitbreiding over het binnenland is de Nederlandse broedpopulatie als geheel desondanks licht gegroeid.
Vermindering van het aantal konijnen alsmede predatie door Vossen spelen een hoofdrol in de (bijna) verdwijning van de Bergeend uit Meijendel. Het aantal broedgevallen is in deze eeuw incidenteel en laag te noemen.
Vogelkenmerken
Grote bontgekleurde eend van kustgebieden, foerageert op wadbodemdieren
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep); Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: beperkt (klasseproxy 25%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0
Bescherming
De aanwezige aantallen Bergeenden zijn in Nederland het hoogst van juli tot en met september. In deze tijd ruien ze hun slagpennen, waarvoor ze veilige open zoute wateren opzoeken. Lange tijd brachten vrijwel alle West-Europese Bergeenden de rui door in de Duitse Waddenzee. Vanaf ongeveer 1995 doen ze dat in toenemende mate ook in de Nederlandse Waddenzee, met name voor de Friese Kust bij Harlingen. Hier verblijven soms meer dan 100.000 Bergeenden in gebieden met veel voedsel (slijkgarnalen) en weinig scheepvaart (rust). De in ons land getelde aantallen namen in de afgelopen tientallen jaren duidelijk toe door de gedeeltelijke verschuiving van ruiplaatsen (Sovon ).
Voor de Bergeend worden geen specifieke maatregelen genomen. Wel profiteert de soort in meer algemene zin van projecten van onder meer Vogelbescherming die gericht zijn op verbetering van de natuurkwaliteit van onze kustzones (Delta en Waddenzee). Belangrijke elementen daarin zijn meer rust voor vogels om te broeden, te foerageren en uit te rusten en een meer duurzame visserij.