Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het Nonnetje is de kleinste van de drie zaagbekken, die zo heten vanwege de gezaagde rand aan de snavel. Het mannetje oogt op afstand vrijwel geheel wit, maar wat dichterbij zijn de zwarte oogvlek en het zwart op de rug zichtbaar. Nog wat dichterbij blijkt dat deze spierwitte eend een fraaie zwarte tekening heeft en grijze flanken. Het vrouwtje is iets kleiner en heeft een wat saaier kleed met vooral grijstinten, ze heeft een kastanjebruine kop. Nonnetjes zijn duikeenden die met name visjes, kreeftachtigen, waterslakken en waterkevers op de menulijst hebben staan. Bij het vangen komt de zaagtanden aan de snavel goed van pas.
Nonnetjes broeden niet in Nederland, maar in Lapland en Rusland, tot ver in Siberië. In de boreale bossen (tegen de poolcirkels), aan rivieren en meren maken ze het nest in een natuurlijk boomhol, vaak ook een hol gemaakt door een Zwarte Specht. Het wordt bekleed met dons. Als de eieren iuitgekomen zijn verlaten de donsjongen vrijwel direct het nest.
Nonnetjes zijn wintergasten die vrijwel alleen tussen november en maart worden gezien, met de nadruk op hartje winter. Ze zijn dan vooral te vinden op het Marker- en IJsselmeer waar ze vaak in grote groepen op zoek zijn naar voedsel. Daarnaast zijn aanwezig op de plassen van Reeuwijk, Loosdrecht en Vinkeveen en in de Weerribben en Wieden. Menig winter worden ze ook in Meijendel gezien. Grootschalige ijsbedekking in het IJsselmeergebied leidt tot verplaatsing naar het rivierengebied. De aantallen overwinterende nonnetjes varieren sterk en lijken afhankelijk van de weersomstandigheden bij ons en de ons omringende landen. Dat leidt tot enorme fluctuaties in de aantallen Nonnetjes in ons land (bron: Sovon).
Nonnetjes broeden niet in Nederland, maar in Lapland en Rusland, tot ver in Siberië. In de boreale bossen (tegen de poolcirkels), aan rivieren en meren maken ze het nest in een natuurlijk boomhol, vaak ook een hol gemaakt door een Zwarte Specht. Het wordt bekleed met dons. Als de eieren iuitgekomen zijn verlaten de donsjongen vrijwel direct het nest.
Nonnetjes zijn wintergasten die vrijwel alleen tussen november en maart worden gezien, met de nadruk op hartje winter. Ze zijn dan vooral te vinden op het Marker- en IJsselmeer waar ze vaak in grote groepen op zoek zijn naar voedsel. Daarnaast zijn aanwezig op de plassen van Reeuwijk, Loosdrecht en Vinkeveen en in de Weerribben en Wieden. Menig winter worden ze ook in Meijendel gezien. Grootschalige ijsbedekking in het IJsselmeergebied leidt tot verplaatsing naar het rivierengebied. De aantallen overwinterende nonnetjes varieren sterk en lijken afhankelijk van de weersomstandigheden bij ons en de ons omringende landen. Dat leidt tot enorme fluctuaties in de aantallen Nonnetjes in ons land (bron: Sovon).
Voorkomen
Broedsucces Nonnetje
Hoewel Nonnetjes af en toe tot laat in het voorjaar worden waargenomen, ontbraken aanwijzingen voor broedgevallen tot 2010. Vanaf dat jaar nestelen er Nonnetjes op een locatie in Friesland, in 2016 drie paren. Hoewel een herkomst uit gevangenschap voor de hand lijkt te liggen, wijst niets daarop. Het gaat om schuwe, ongeringde vogels met gave vleugels. De dichtstbijzijnde reguliere broedgebieden liggen vanaf Noord-Zweden oostwaarts (bron: zie vogel.asp r398).Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Bescherming
De afname van Nonnetjes is mogelijk te wijten aan de achteruitgang van spiering, de belangrijkste prooi van het Nonnetje in het IJsselmeer en Markermeer. Overbevissing speelt daarin een belangrijke rol. Het lijkt er verder op dat de winterarealen verschuiven. Nonnetjes blijven steeds vaker ten noordoosten van ons land hangen. In Noordoost-Europa nemen de winteraantallen toe, in tegenstelling dus tot de situatie bij ons. Want ook daar zijn de winters zachter. Het heeft voor korte afstandstrekkers veel voordelen om zo dicht mogelijk bij de broedgebieden te overwinteren (bron: Vogelbescherming Nederland ).