Terug naar soorten

Middelste Zaagbek

Mergus serrator Eenden

Rode lijst KW|
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Middelste Zaagbek
Middelste Zaagbek Foto: Peter Massas|https://www.flickr.com/photos/23505652@N03/sets/72157607206799616/

Beschrijving

Een Middelste Zaagbek is een slag kleiner de Grote en lijkt er oppervlakkig bekeken wel wat op. In zomerkleed heeft een volwassen mannetje een donkergroene kop met een prominente kuif op het achterhoofd. Bij de juiste lichtval is het rode oog opvallend. De borst is bruinig van kleur met een brede witte halsband, de zijkant van de borst wordt zwart en daar zitten enkele witte vlekken. De rug is zwart, de flanken zijn grijs.

Beide Zaagbekken hebben een lange, slanke, scherp ogende snavel die bij deze Zaagbek recht uitloopt, maar bij de Grote aan de basis dikker is en waarvan de tip een haak naar beneden heeft. Aan de getande randen van de snavel dankt een Zaagbek zijn naam. De vrouwtjes van beide lijken sterk op elkaar, het formaat en het ontbreken van de haak aan de bek zijn het belangrijkste onderscheid. Vrouwtjes hebben een bruine kop, waarbij die van deze soort geleidelijk in de borst overgaat, bij de Grote daarentegen scherp gescheiden is. In eclipskleed lijkt mannetje Middelste Zaagbek sterk op het vrouwtje.

Het areaal van de Middelste Zaagbek in West-Europa ligt net noord van Nederland. Daarom wordt deze soort hier slechts in zeer kleine aantallen broedend aangetroffen en dan vooral in het Deltagebied. In de winter is deze Zaagbek wat talrijker, met name in riviermondingen en binnenzeeën. Middelste Zaagbekken houden meer van zout dan van zoet water, dit in tegenstelling tot de grote neef. Ze zoeken voedsel 'op zicht' door zigzaggend rond te zwemmen met de kop in het water. Ze hebben daarom een voorkeur voor helder water met een zandige bodem. Ze eten visjes en krabbetjes, die ze met de gezaagde bek uitstekend vast kunnen houden.

Deze soort broedt op land. Het nest is verborgen in dichte vegetatie, een legsel betaat uit 7-12 eieren.

Voorkomen

Tot 1977 was de Middelste Zaagbek een onregelmatige broedvogel. Vanaf dat jaar nestelt hij jaarlijks in ons land, met de nadruk op het Deltagebied. Hier komen enkele tientallen paren tot broeden in zowel zoete als zoute of brakke wateren, met een voorkeur voor eilanden. Haringvliet, Grevelingenmeer en Veerse Meer herbergen het merendeel van de broedparen. In het Waddengebied gaat het doorgaans maar om enkele paren per jaar, met het eiland Griend als enige vrijwel jaarlijks bezette locatie. De broedpopulatie in 2014 in Nederland is 60-80 paren. Aansluitend op het Nederlandse deel broeden in de Duitse en Deense Waddenzee enkele tientallen paren (bron: zie vogel.asp r398).

De Middelste Zaagbek is een 'gevoelige ' soort. Het aantal broedgevallen in ons land vertoont sinds 1980 een stijgende trend, zij het met uitschieters. Na 2011 toont de trend echter een significante afname.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Watervogels; Vogels van pionierbegroeiingen. Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Bescherming

De Middelste Zaagbek bevindt zich in Nederland aan de zuidwestgrens van zijn areaal. Het voorkomen als broedvogel is inmiddels permanent, maar de aantallen zijn niet groot. De soort is gebaat bij rust en heeft mogelijk te leiden van steeds grotere recreatiedruk. Daarnaast is helder, visrijk water een voorwaarde voor de Middelste Zaagbek. Een bron van sterfte zijn de staande netten in het IJsselmeergebied, hoewel die vorm van visserij sterk is afgenomen. Vooral overwinteraars zijn daarvan slachtoffer, maar mogelijk ook broedvogels. Daarom staat hij op de Rode Lijst (bron: Vogelbescherming Nederland ).