Terug naar soorten

Eider

Somateria mollissima Eenden

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Eider
Eider Foto: Kim B (Own work)

Beschrijving

De Eider (ook wel Eidereend) is een forse eend (60 cm) die alleen langs kusten leeft. Het is een eend met een opvallende kop met een snavel die in één vloeiende lijn over gaat in het voorhoofd. Het mannetje is het grootste gedeelte van het jaar opvallend zwartwit gekleurd, met een roze borst en een olijfgroene vlek in de nek. Alleen in de zomer verliest hij zijn prachtkleed en is dan bijna geheel donker. Het vrouwtje is bruin met zwarte streping.

Wetenswaardigheidje: Eiders zijn snelle vliegers die (in horizontale vlucht) 113 km per uur kunnen halen (WIKIPEDIA ).

Eiders zijn uitgesproken zee-eenden die hun voedsel opduiken; onder water gebruiken ze ook hun vleugels voor voortstuwing. Ze eten week-, schelp- en andere zeedieren, soms plantaardig voedsel, maar hebben een voorkeur voor mosselen. Volgens sommige bronnen is de stevige snavel met de hoornige 'tand' bedoeld om de schelpdieren mee te bewerken, andere bronnen stellen dat mosselen heel worden ingeslikt en in een gespierde voormaag, de spiermaag, worden gebroken. Als Eiders krabbetjes eten gaan eerst scharen en poten eraf.

De meeste eidereenden broeden aan de kust in arctische streken, Nederland ligt aan de zuidgrens van het broedareaal. Vrijwel alle Eiders in ons land nestelen in de duinen van de Waddeneilanden. Meestal broeden ze in losse kolonies. Enkele tientallen paren broeden langs de Zeeuws-Hollandse Noordzeekust of de Fries-Groningse Waddenkust. Het nest ligt op de grond, niet ver van zee, en is gemaakt van gras en zeewier; het wordt bekleed met dons. Het uitbroeden van eieren en het voeden van de jongen wordt geheel aan het vrouwtje overgelaten. Tijdens het broeden verlaat ze het nest niet of nauwelijks, ook niet om te eten, maar teert in op haar vetreserve.

Het grootste deel van de Eiders trekt van de noordelijke kustgebieden naar het zuiden, tot in zuidelijk Frankrijk. Een deel van de Europese populatie overwintert op de broedlocatie. Ze zijn het hele jaar in Nederland waarneembaar, sporadisch ook op zoete wateren, maar zijn toch vooral aan zout water gebonden. Vele tienduizenden, in sommige jaren meer dan 100.000 Eiders overwinteren in de Waddenzee, met name in de diepere delen in de westelijke helft. Enkele duizenden zoeken het Deltagebied op, vooral de Voordelta (bron: Sovon ).

Voorkomen

Na het eerste broedgeval in 1906 stegen de landelijke aantallen langzaam tot 5750 paren rond 1960. Vervolgens namen ze sterk af door vergiftiging met via de Rijn aangevoerde stoffen (1300 paren in 1968). Het herstel leidde tot een piek van bijna 10.000 paren rond 1995. Daarna daalden de aantallen opnieuw scherp als gevolg van voedselgebrek, met name veroorzaakt door overbevissing van kokkels en mosselen (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Grote zee-eend, duikt naar schelpdieren langs kust en Waddenzee

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Vorming van kuikencrèches of gezamenlijke opvang van jongen. Schelpdieren openen of kraken als voedselstrategie. Sterke binding aan Waddenzee, kustwateren of getijdenkust.

Voedsel van volwassen vogels: krabben Kreeftachtigen en andere kleine schaaldieren. Schelpdieren zoals mosselen en kokkels.

Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. schelpdieren als jongenvoedsel

Nestplaats en nestbouw: Nest rijk bekleed met dons. Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Collectieve bewaking van jongen in een crèche. Langdurig vasten tijdens de broedperiode.