Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
| Vrouw Slobeend. De grote slobbersnavel is onmiskenbaar.
Klik de foto voor een vergroting. Foto: vogeldagboek.nl |
De grote spatelvormige snavel is een speciale aanpassing aan de manier van voedsel zoeken. Een Slobeend zeeft al slobberend aan de oppervlakte plantaardig en dierlijk voedsel uit grote hoeveelheden water.
De Slobeend is een karakteristieke broedvogel van vochtige graslanden in het lage deel van het land inclusief het rivierengebied. Door de manier van foerageren worden ze daar veelvuldig in ondiepe sloten en plassen aangetroffen. Op de hoge gronden is hij veel schaarser. In de duinen is een afname te zien door verdroging van het duin (bron: Sovon).
Het nest wordt op de oever, in hoog gras langs het water gemaakt, vaak op een eilandje. Als dat gras niet beschikbaar is, zoekt de slobeend beschutting onder struiken verder weg van het water. De 8-12 eieren worden door de eend uitgebroed en zij verzorgt de jongen in haar eentje. Deze soort heeft normaal gesproken één legsel, maar kan bij het verloren gaan van het eerste legsel een tweede starten.
De Slobeend is van augustus tot november en in maart-april veel talrijker dan in de overige maanden. In de nazomer bevinden zich namenlijk ruiconcentraties tot duizenden vogels in de Oostvaardersplassen en delen van het Deltagebied. De verspreiding in het voorjaar is veel gelijkmatiger, in het bijzonder na overstromingen langs de rivieren.
Voorkomen
De winteraantallen schommelen sterk en zijn het laagst tijdens strenge vorst. Van een duidelijke trend in aantallen buiten de broedtijd is geen sprake (bron: zie vogel.asp r398).
De landelijke daling is minder sterk dan die in Meijendel. Ondanks een opleving in de voorgaande 10 jaren is het aantal broedparen in 2017 weer tot vlak boven het nulpunt gedaald.
Vogelkenmerken
Eend met brede snavel, zeeft voedsel uit ondiep water
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep); Weidevogels (Zomertaling-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Open grondnest.
Migratie: Doortrekker tijdens voor- of najaarstrek. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.