Terug naar soorten

Nijlgans

Alopochen aegyptiaca Eenden

Broedvogel
49jaren
605territoria
29hoogste jaar

1973 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Nijlgans
Nijlgans Foto: Rhododendrites · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Nijlgans is van oorsprong een Afrikaanse soort. In de 17e eeuw is deze in Engeland ingevoerd als siervogel, waarna ontsnapte vogels al snel ook in het wild zijn gaan broeden. In 1967 is het eerste broedgeval geregistreerd. Vooral de laatste jaren is de soort sterk in aantal toegenomen en is deze exoot een 'normale' verschijning in de natuur geworden.

Deze soort is het hele jaar aanwezig. Sommige vogels trekken in de winter weg, maar zijn heel vroeg terug om al in januari weer te beginnen met broeden. De enorme groei van het aantal Nijlganzen is onder meer te danken aan het enorme aanpassingsvermogen, aan het lange broedseizoen en meerdere broedsels per jaar, tot midden in de winter. Er zijn tot dusverre geen aanwijzingen dat de groei ten koste gaat van andere watervogelpopulaties (Sovon ).

Hoewel de naam anders doet vermoeden is de Nijlgans een echte eend en verwant aan soorten als Bergeend en Casarca. Een Nijlgans is iets groter dan een Casarca en kan hier op grote afstand of in de vlucht mee worden verward. De Nijlgans is echter grijsbruin op het lichaam en alleen roodbruin op de rug. Op de buik en rond het oog zit een donkere vlek. Verder valt het groene vlak op de vleugels op. De Nijlgans heeft een roze snavel, de Casarca een zwarte.

De Nijlgans broedt in een boom, in een vork van de stam of in een oud nest van een andere grote (roof)vogelsoort. Ook worden nesten gebouwd tussen dichte vegetatie en komt de Nijlgans tot broeden in stedelijk gebied. Het is gemaakt van takken en twijgen en wordt gevoerd met zacht materiaal. Er komen in de regel 5-8 eieren in te liggen. Er zijn meerdere broedsels per jaar.

Nijlganzen voeden zich hoofzakelijk met gras.

Voorkomen

De populatie in Noordwest-Europa telt anno 2010 ten minste 65.000 vogels en jaarlijks broeden bijna 5.000 paren in Nederland. De aantallen stijgen nog altijd snel. Sinds de eeuwwisseling zwakt de toename af. Mogelijke oorzaken zijn afschot en het vol raken van de broedgebieden (bron: zie vogel.asp r398).

Uit onderzoek is gebleken dat waar veel Nijlganzen opeen voorkomen, de reproductie gemiddeld lager uitvalt dan in gebieden waar slechts enkele Nijlganzen leven. De verwachting is dan ook dat de komende decennia de toename in Nederland langzaam tot een halt zal gaan komen en de Nijlgans zich verder over West-Europa zal verspreiden. Deze ontwikkeling volgt het principe van een 'ontginningspiek': aanvankelijk is er een sterke groei van de soort, dan wordt met wat schommelingen een verzadigingspunt bereikt en zal het aantal stabiliseren (bron: Vogelbescherming Nederland ).

Het Team Invasieve Exoten van de Voedsel- en Warenautoriteit heeft in 2010 een risicoanalyse laten opstellen, volg deze link naar het rapport.

Vogelkenmerken

Grote agressieve ganzensoort, broedt algemeen nabij water en graslanden.

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Grondnest. Open grondnest. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.