Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Tafeleend is een vrij schaarse en nogal lokaal voorkomende broedvogel, met de meest ruime verspreiding en hoogste dichtheden in de laagveengebieden van West- en Noord-Nederland. Elders nestelt hij vooral in de duinen, op vennen en hier en daar langs de Grote Rivieren.
Tafeleenden verkiezen zoetwatermeren met voldoende duikdiepte in het water, voedsel en vegetatie in en langs het water. Een liefst redelijk dichte oeverbegroeiing biedt beschutting voor het nest dat daarin gebouwd kan worden of tussen de waterplanten langs de kant. Het zijn overigens omniforen die zowel zaden, wortels en waterplanten eten als insecten, larven, amfibieën en kleine visjes.
Paren worden doorgaans in de winter al gevormd, de mannetjes verlaten de vrouwtjes al kort na de paring. Langs het water maakt het vrouwtje een kuilvormig nest van rietstengels en dergelijk materiaal, gevoerd met mos en dons. Zij bebroedt de eieren alleen. Nadat de 8 à 10 eieren zijn uitgebroed verlaten de jongen al snel het nest en fourageren zelfstandig, het vrouwtje verlaat de jongen.
Deze eend wordt jaarrond in Nederland waargenomen. Het aantal broedparen is redelijk stabiel, maar ’s winters is deze soort veel talrijker door de vele duizenden wintergasten. Die trekken in het vroege voorjaar weer terug naar de broedgebieden met name in Oost-Europa.
Voorkomen
Het aantal broedparen varieert (anno 2012) rond de 2000 (± 10%) Herstel van de waterkwaliteit in veel gebieden, voor sommige andere eenden belangrijk, leidde niet tot toenemende aantallen Tafeleenden. In de periode 1998-2000 telt de broedpopulatie zo'n 1700-2100 paren.
De landelijk aantallen wintervogels dalen al vanaf ongeveer 1980, net als overigens in verschillende andere West- en Midden-Europese landen. Het maakt vermoedelijk onderdeel uit van een verschuiving van het overwinteringsgebied binnen Europa, waarbij de vogels door gemiddeld wat zachtere winters noordelijker overwinteren (bron: zie vogel.asp r398). De laatste jaren overigens lijkt weer sprake van een lichte stijging.
In Meijendel is het aantal broedparen van deze fraaie eend geleidelijk afgenomen, sinds 2012 is dit aantal wat gestabiliseerd (zie grafiek boven).
Vogelkenmerken
Duikeend van diep open water met brede rietkragen; omnivore waterfauna-etende soort.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Slobeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Drijvend nest of nest op watervegetatie. Nest op eilandje of predatorvrije eilandlocatie. Nest in rietvegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Standvogel of jaarrond aanwezig. Korte- tot middellange-afstandstrekker