Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een duikeend die een groot deel van de dag op het water doorbrengt op zoek naar voedsel, waarvoor hij lang onder water kan blijven en tot wel 2 à 3 m. duikt. De Kuifeend is een omnivoor en eet waterdiertjes zoals slakjes en insecten, maar ook algen, waterplantjes e.d..
Tot 1940 kwam deze soort in Nederland nog nauwelijks voor, maar sindsdien is het aantal Kuifeenden in ons land sterk gegroeid. In de jaren ‘80 vlakte de groei af en in sommige gebieden liepen de aantallen zelfs weer wat terug, zie de grafiek van Meijendel. In de winterperiode wordt het aantal in NL verblijvende Kuifeenden vaak fors uitgebreid met overwinteraars uit noordelijker streken.
De Kuifeend verblijft op allerlei wateren, maar verkiest de diepere plassen met een kraag van riet, biezen en ander waterplanten. Hij bouwt zijn nest op eilandjes en op oevers in die rietkragen. Het vrouwtje broedt de 6-14 eieren uit en zij verzorgt het kroost alleen.
Voorkomen
De situatie in Meijendel getuigt van de afname in de duinen; het aantal broedparen loopt voortdurend terug; klik de lijngrafiek boven voor de trendlijn.
Vogelkenmerken
Laat broedende duikeend van rietoevers en eilanden.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron.
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen.
Nestplaats en nestbouw: Drijvend nest of nest op watervegetatie. Grondnest. Open grondnest. Nest op eilandje of predatorvrije eilandlocatie. Nest in rietvegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Korte- tot middellange-afstandstrekker