Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Een Grote Zee-eend is globaal net zo groot als een Wilde Eend. Het mannetje is geheel zwart met een witte vlek onder het oog en heeft een witte vleugelspiegel die vooral in de vlucht goed zichtbaar is. Het vrouwtje is bruin, eveneens met een witte spiegel en met lichte ronde vlekken op de zijkop. Het mannetje heeft een grotendeels oranje snavel met een zwarte basis, terwijl deze bij het vrouwtje geheel zwart is.
Dit is een echte zee-eend, die alleen aan land komt om te broeden. Hij voedt zich primair met schelpdieren die van de zeebodem worden opgedoken. Hij duikt met een sprongetje en kan wel een minuut onder water blijven en tot 40 m. diep gaan. Behalve schelpdieren staan ook kreeftjes, wormen, kleine vis en insecten op het menu, in de broedtijd ook waterplanten.
Het broedgebied strekt zich uit van Noorwegen tot aan het bekken van de Jenisej rivier in Siberië. Grote Zee-eenden broeden langs beboste kusten, bij kleine zoetwatermeren, in de bergen en op de toendra, in het bijzonder waar rotsachtige eilandjes beschikbaar zijn met kruidenrijke begroeiing en lage boompjes. Het nest ligt op de grond, vlakbij open water. Ze broeden in paartjes of losse groepen, soms in de buurt van meeuwen- of stern kolonies in verband met het opmerken en verjagen van vijanden. Maar veel nesten gaan verloren.
Grote Zee-eenden zijn trekvogels die naar het zuiden toe, op zee overwinteren in gematigder gebied, in Europa tot in Groot Britannië, of ook in de Zwarte en Kaspische zee. In kleine aantallen komen ze ook naar Frankrijk en Noord Spanje. Grote Zee-eenden zijn bij ons het talrijkst op zee ten noorden van de Waddeneilanden en in de Voordelta. Ze houden zich vaak op bij de veel talrijker Zwarte Zee-eenden. Ze worden echter ook elders op zoute en brakke wateren gezien en zijn in het diepe binnenland iets minder schaars dan de Zwarte Zee-eend. De meeste trek over zee vindt plaats in april-mei en oktober-december (bron: Sovon ).
Dit is een echte zee-eend, die alleen aan land komt om te broeden. Hij voedt zich primair met schelpdieren die van de zeebodem worden opgedoken. Hij duikt met een sprongetje en kan wel een minuut onder water blijven en tot 40 m. diep gaan. Behalve schelpdieren staan ook kreeftjes, wormen, kleine vis en insecten op het menu, in de broedtijd ook waterplanten.
Het broedgebied strekt zich uit van Noorwegen tot aan het bekken van de Jenisej rivier in Siberië. Grote Zee-eenden broeden langs beboste kusten, bij kleine zoetwatermeren, in de bergen en op de toendra, in het bijzonder waar rotsachtige eilandjes beschikbaar zijn met kruidenrijke begroeiing en lage boompjes. Het nest ligt op de grond, vlakbij open water. Ze broeden in paartjes of losse groepen, soms in de buurt van meeuwen- of stern kolonies in verband met het opmerken en verjagen van vijanden. Maar veel nesten gaan verloren.
Grote Zee-eenden zijn trekvogels die naar het zuiden toe, op zee overwinteren in gematigder gebied, in Europa tot in Groot Britannië, of ook in de Zwarte en Kaspische zee. In kleine aantallen komen ze ook naar Frankrijk en Noord Spanje. Grote Zee-eenden zijn bij ons het talrijkst op zee ten noorden van de Waddeneilanden en in de Voordelta. Ze houden zich vaak op bij de veel talrijker Zwarte Zee-eenden. Ze worden echter ook elders op zoute en brakke wateren gezien en zijn in het diepe binnenland iets minder schaars dan de Zwarte Zee-eend. De meeste trek over zee vindt plaats in april-mei en oktober-december (bron: Sovon ).
Bescherming
De soort is gevoelig voor verstoring door waterrecreanten en langdurige watervervuiling door olie. Daarnaast komt de soort in gevaar door overbevissing en de exploitatie van zowel de schelpenbanken binnen diens foerageergebieden, als de natuurlijke bronnen op de broedgronden. Ook bestaat het gevaar dat de zee-eend in visnetten terecht komt bij het duiken naar voedsel (bron: Vogelbescherming Nederland ).