Terug naar soorten

Wilde Eend

Anas platyrhynchos Eenden

Broedvogel
68jaren
6532territoria
214hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Wilde Eend
Wilde Eend Foto: Commonists · CC BY-SA 4.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Wilde Eend is de meest algemene eend in Nederland. De man met zijn kenmerkende metaalachtig-groengekleurde kop met gele snavel en witte halsband, het vrouwtje is een stuk minder kleurrijk, vooral streperig bruin. Beide geslachten hebben een opvallende blauwe vleugelspiegel die met name in de vlucht goed toont. Niet alleen in de ‘wilde’ natuur, maar ook in stedelijke gebieden vaart deze eend wel. Deze eendensoort is overwegend standvogel, in de winter aangevuld met soortgenoten uit Noord- en Oost-Europa.

Ze komen in allerlei wateren voor, meren, rivieren, vijvers, grachten, etc., mits er maar voldoende ondiep water is om al slobberend en grondelend naar voedsel te zoeken. Ook wat betreft nestgelegenheid zijn ze uiterst flexibel. Ze bouwen een eenvoudig nest, doorgaans op de grond, soms in knotwilg, een boom(holte) of in de bekende gevlochten broedkorf. Het nest is gevoerd met gras en dons. Het vrouwtje legt 8 - 13 eieren en broedt ze alleen uit. De jongen zoeken onder de hoede van moedereend zelf naar voedsel.


Het zijn niet altijd 'zuivere' eenden die worden gezien. De Wilde Eend hybridiseert namenlijk nogal eens, vooral met de witte boerderij-eend. Er zwemmen daardoor bij boerderijen en in de stadsparken allerlei Wilde Eenden rond met witte vlekken op de meest uiteenlopende plaatsen. Dit zijn de Parkeenden ofwel ‘Soepeenden’ die ook in Meijendel voor komen. Lees verder op de soortpagina van deze soort.

Voorkomen

De Wilde eend is vooralsnog de meest talrijke eendensoort in Nederland. Ze zitten overal waar water is, zowel op het platteland als in stadsparken en woonwijken. Toch zijn er volgens tellingen van Sovon Vogelonderzoek Nederland zo’n 30% minder Wilde eenden dan in 1990. Dat betekent dat meer dan 100.000 broedpaartjes zijn verdwenen, terwijl daar geen duidelijke oorzaken voor aan te wijzen zijn. Volgens onderzoekers van Sovon en het Vogeltrekstation zijn jacht of minder succesvol broeden geen oorzaken, maar gaat het mogelijk mis bij het opgroeien van de kuikens (bron: zie vogel.asp r398).

Om meer gegevens te verzamelen over die eendenkuikens is eendenonderzoeker Erik Kleyheeg in samenwerking met Waarneming.nl een onderzoeksproject gestart. Daarbij roept hij waarnemers op om eendenkuikens te tellen en door te geven. De gegevens die tot nu toe binnenkwamen zijn zo veelbelovend dat het project dit voorjaar (2017) verder gaat.

Uit de meldingen in het broedseizoen van 2016 bleek dat de sterfte van eendenkuikens het grootst is in de eerste weken nadat ze het nest hebben verlaten. De kuikens zijn in die fase het meest kwetsbaar voor roofdieren en slechte weersomstandigheden. Drie op de vier eendenkuikens waren verdwenen tegen de tijd dat ze drie weken oud waren. Met meer onderzoek wil Kleyheeg de oorzaken daarvan nog gerichter onderzoeken.
Bron: Nieuwsbrief 32 (maart 2017) van waarneming.nl.

Vogelkenmerken

Grondeleend; omnivore soort van ondiep water, oevervegetatie en ruige nestplaatsen.

Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Kuifeend-groep); Weidevogels (Grutto-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: Gras en terrestrische vegetatie. plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden Breed opportunistisch omnivoor dieet; vooral relevant bij kraaiachtigen wanneer geen enkele voedselgroep dominant is. Rietzaad, lisdoddezaad of vergelijkbare moerasplantenzaden als voedselbron. Slakken en kleine buikpotigen als voedselbron. Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron. Wormen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in gebouw, spleet, dakrand of kunstmatige constructie. Grondnest. Open grondnest. Nest in rietvegetatie. Holte- of spleetbroeder in bomen; inclusief spechtenholen en natuurlijke boomholtes

Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig.