Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Met name de kop van de woerd is fraai gekleurd kastanje-bruin met een groot uitgevallen groene oogvlek met gelige bies. Bovendien heeft hij een gele anaalstreek met brede zwarte rand die vooral in de vlucht of tijdens de balts opvalt. Beide geslachten hebben een groene vleugelspiegel. Verder heeft het vrouwtje weinig opvallende kenmerken. Die spiegel ontbreekt bij een woerd in eclipskleed (onopvallend verenkleed in de rui na het broedseizoen).
De Wintertaling is nogal schuw en niet zo gemakkelijk waar te nemen. Al bij het minste onraad duikt hij snel het riet in of gaat er helemaal vandoor. Dan gaat het loodrecht de hoogte in en schiet hij weg in een snelle vlucht met veel wendingen. Hij toont zijn uitstekende vliegkunsten soms ook in een strakke formatie die behendig manoeuvrerend de begroeiing ontwijkt.
Deze eend zoekt zijn voedsel aan het wateroppervlak in zeer ondiep water. Daar zeeft hij al 'knabbelend' zaden en soms kleine wormen of slakjes uit het slik. Soms, als het water ietsje dieper is, zijn ze grondelend te zien.
Een Wintertaling broedt zowel in zoet als brak water. Hij heeft een voorkeur voor (duin)meren of poelen in een beboste omgeving met dicht begroeide oevers. Het nest van dode plantendelen is bekleed met dons of varens en is goed verstopt in dichte vegetatie, soms ver van open water. Het wijfje broedt de 7-14 eieren alleen uit en verzorgt de jongen.
Voorkomen
Dit houdt voor een deel verband met verdroging van broedplaatsen. Het via terreinmaatregelen hoog houden van de waterstand in natuurgebieden is doorgaans gunstig voor de Wintertaling. De broedpopulatie telt zo'n 2000-2500 paren in 1998-2000 (bron: zie vogel.asp r398).
Vogelkenmerken
Kleine grondeleend; schaarse broedvogel van voedselarme vennen en ondiep moeras.
Ecologische vogelgroepen: Watervogels (Dodaars-groep); Weidevogels (Zomertaling-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Gebruik van ondiep, voedselarm hoogveen- of veenplaswater. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Gebruik van open water, plassen of watergangen.
Voedsel van volwassen vogels: Waterinsecten en aquatische insectenlarven. Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden plantaardig materiaal, waterplanten, gras, knoppen of blad Rietzaad, lisdoddezaad of vergelijkbare moerasplantenzaden als voedselbron. zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen Ondergedoken waterplanten als primaire voedselbron.
Voedsel voor jongen: Benthische, slik-, bodem- of waterfauna als voedsel voor jongen. Kleine insecten en kleine ongewervelden als voedsel voor jongen. Nestjongen gevoerd met zaden.
Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Open grondnest. Nest verborgen in oevervegetatie.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Opvallende baltsduetten of paarvertoon. Grote of toenemende overwintering in Nederland. Zeer verborgen gedrag.
Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.