Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Witvleugelstern is nauw verwant aan de Zwarte Stern en lijkt daar veel op. Het verschil zit in de kortere snavel, langere en rode poten, bredere vleugels en een minder gevorkte staart. In het zomerkleed is de voorvleugel wit, sterk contrasteren met het zwart van het lichaam en de kop. Het zwart van de Witvleugelstern is dieper zwart dan dat van de Zwarte Stern. In winterkleed verdwijnt bij beide het meeste zwart en is het onderscheid veel lastiger. Dan heeft de Zwarte Stern een donkere schoudervlek en een zwarte pet, bij de Witvleugelstern ontbreekt de schoudervlek en deze heeft een gestreepte kruin.
Witvleugelsterns eten voornamelijk insecten en andere ongewervelde dieren, maar ook wel vis en kleine gewervelde dieren. Die worden meest vliegend gevangen, waarbij deze stern een zwaluwachtige indruk geeft.
Witvleugelsterns zijn trekvogels. Het broedgebied strekt zich uit van Oost-Europa tot oostelijk Siberië en noordoostelijk China. Witvleugelsterns hebben een voorkeur voor moerassen, meertjes en veenplassen met veel plantengroei. Het nest wordt van dood plantaardig materiaal gemaakt op een drijvend eilandje of andere veilige plek (modderbank). Er is één legsel van 2-3 eieren. Beide ouders broeden en ze verzorgen de jongen samen. Eind september zijn de Witvleugelsterns verdwenen uit het broedgebied om te overwinteren, de Oost-Europese vogels trekken dan naar Afrika, de hoofdmacht trekt via de Zwarte Zee.
In de meeste jaren is de Witvleugelstern in Nederland schaars en wordt hij het meest gezien in de nazomer (half juli-half september), vooral in het IJsselmeergebied te midden van groepen Zwarte Sterns. In sommige jaren, zoals 1997 en 2007, vindt een influx plaats die vooral de noordwestelijke helft van het land en het rivierengebied aandoet. Daarbij kunnen honderden exemplaren betrokken zijn en pleisteraars blijven soms enige tijd hangen. De eerste vogels verschijnen eind april en de piek valt in mei.
Het is een incidentele broedvogel. In 1979 broedde een exemplaar gepaard met een Zwarte Stern bij Ankeveen. In 2007, tijdens een grote influx, nestelden enkele paren succesvol in de Krimpenerwaard en de Sliedrechtse Biesbosch. In andere jaren zoeken solitaire Witvleugelsterns wel eens (vergeefs) aansluiting in kolonies Zwarte Sterns (bron: Sovon ).
Witvleugelsterns eten voornamelijk insecten en andere ongewervelde dieren, maar ook wel vis en kleine gewervelde dieren. Die worden meest vliegend gevangen, waarbij deze stern een zwaluwachtige indruk geeft.
Witvleugelsterns zijn trekvogels. Het broedgebied strekt zich uit van Oost-Europa tot oostelijk Siberië en noordoostelijk China. Witvleugelsterns hebben een voorkeur voor moerassen, meertjes en veenplassen met veel plantengroei. Het nest wordt van dood plantaardig materiaal gemaakt op een drijvend eilandje of andere veilige plek (modderbank). Er is één legsel van 2-3 eieren. Beide ouders broeden en ze verzorgen de jongen samen. Eind september zijn de Witvleugelsterns verdwenen uit het broedgebied om te overwinteren, de Oost-Europese vogels trekken dan naar Afrika, de hoofdmacht trekt via de Zwarte Zee.
In de meeste jaren is de Witvleugelstern in Nederland schaars en wordt hij het meest gezien in de nazomer (half juli-half september), vooral in het IJsselmeergebied te midden van groepen Zwarte Sterns. In sommige jaren, zoals 1997 en 2007, vindt een influx plaats die vooral de noordwestelijke helft van het land en het rivierengebied aandoet. Daarbij kunnen honderden exemplaren betrokken zijn en pleisteraars blijven soms enige tijd hangen. De eerste vogels verschijnen eind april en de piek valt in mei.
Het is een incidentele broedvogel. In 1979 broedde een exemplaar gepaard met een Zwarte Stern bij Ankeveen. In 2007, tijdens een grote influx, nestelden enkele paren succesvol in de Krimpenerwaard en de Sliedrechtse Biesbosch. In andere jaren zoeken solitaire Witvleugelsterns wel eens (vergeefs) aansluiting in kolonies Zwarte Sterns (bron: Sovon ).