Terug naar soorten

Stormmeeuw

Larus canus Meeuwen

Broedvogel
56jaren
3534territoria
546hoogste jaar

1958 t/m 2024 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Stormmeeuw
Stormmeeuw Foto: Andreas Trepte · CC BY-SA 2.5 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Stormmeeuw is een middelgrote meeuw met vrij lange vleugels. Hij lijkt op de Zilvermeeuw maar is kleiner, heeft donkere in plaats van felgele ogen, geelgroene in plaats van roze poten en een kortere en dunnere snavel. Adulte vogels hebben blauwgrijze bovendelen, witte onderdelen en zwarte vleugelpunten met witte stippen. Deze meeuw is het hele jaar in ons land en komt vooral in de kustprovincies voor, alwaar hij meestal in kolonies broedt. De Stormmeeuw heeft de gewoonte het binnenland in te trekken als er slecht weer op komst is, zie daar de oorsprong van zijn naam!

Stormmeeuwen broeden sinds het begin van de vorige eeuw in Nederland en koloniseerden de kustgebieden. Na aanvankelijk een enorme groei namen de aantallen na 2009 weer sterk af. De vestiging van de vos in de vastelandsduinen leidde tot het verdwijnen van de grote kolonies aldaar.

Het nest ligt in een kuil op de grond, bij voorkeur op een verhoogde plek. Soms wordt het komvormige nest op of in een lage boom gebouwd of op dukdalven in havens of op grintdaken. Het wordt bekleed met plantaardig materiaal. Er komen 3 eieren in te liggen die door beide ouders worden uitgebroed; de jongen worden door beide ouders verzorg. Er is in de regel één broedsel per jaar.

In de winter leiden Stormmeeuwen een zwervend bestaan en trekken dan meer de binnenlanden in; ze zijn dan in weilanden talrijk, op zoek naar voedsel. Maar ze komen dan ook in de stad voor waar ze afvaleters zijn.

Voorkomen

De populatie Stormmeeuwen kende aanvankelijk een enorme groei tot een piek van zo'n 11.000 paren rond 1980. Sindsdien namen de aantallen af naar minder dan 5000 paren vanaf 2009. De vestiging van de vos in de duinen leidde tot het verdwijnen van de grote kolonies aldaar. Die daling lijkt iets af te vlakken getuige de grafiek rechts (bron: zie vogel.asp r398).

In 1983 waren er nog 540 broedparen in Meijendel. Van dat aantal zijn er vanaf de jaren 90 nog maar weinig over en in 2012 is voor het laatst een broedgeval vastgesteld. De teloorgang is vooral toe te schrijven aan de terugkeer van de vos naar de duinen. Het is daarbij goed te bedenken dat de afwezigheid van de vos vòòr 1980 een onnatuurlijke situatie was.

De vogels broeden nu meer in het achterland, op daken van gebouwen en industrieterreinen. In Meijendel is deze soort verdwenen en ook landelijk blijft het aantalbroedparen dalen.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Broeden in haven- of industriegebieden, vaak op daken of veilige terreinen. Gebruik van predatorvrije daken, eilanden of afgesloten terreinen.

Nestplaats en nestbouw: Nest in kolonies of dicht bij soortgenoten. Dicht opeengepakte nesten binnen een kolonie.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Uitgevlogen jongen vliegen bedelend achter ouders aan. Kolonie- of losse koloniestrategie. 1 = sterk koloniaal; 2 = los of semi-koloniaal indien toegepast. Voortdurend waakzaam omgevingsscannen in of rond kolonie. Groepsbalts met meerdere vogels.