Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Dwergmeeuw is de kleinste meeuw van Nederland, de naam suggereert dit al. Hij lijkt in zomerkleed op de Kokmeeuw maar is ongeveer 2/3 zo groot, niet veel groter dan een flinke merel. Kop en hals zijn pikzwart (Kokmeeuw is meer donkerbruin), de poten bloedrood. Het winterkleed is veel fletser van kleur, ook de poten. De vleugels zijn tamelijk afgerond en donker van onderen.
Snelle vleugelslagen en een wat grillige vlucht geven een sternachtige indruk. Voedsel zoeken ze door in de vlucht insecten te vangen of ze van het wateroppervlak te pikken.
Dwergmeeuwen zijn in Nederland zeldzame broedvogels. In 1942 vestigden zich een 15-tal paren in het laagveengebied van Zuid-oost Friesland. Dichtgroeiende petgaten bleken een uitstekend biotoop voor deze meeuw. Het eerste broedgeval is in dat jaar in de Lindevallei (ook Friesland) vastgesteld. De vorige eeuw kende twee pieken van enkele tientallen broedgevallen: in Friesland 1943-56 en Lauwersmeer 1973-88. Vanaf 1990 vonden onregelmatig broedgevallen plaats in het Wadden-, IJsselmeer- en Deltagebied, incidenteel ook elders. Het ging om een of enkele paren per locatie (bron: Sovon ). Dwergmeeuwen komen tegenwoordig in Nederland nog slecht zeer sporadisch tot broeden.
Dwergmeeuwen worden bij ons vooral nog tijdens de trek gezien. De voorjaarstrek langs de Noordzeekust is meestal kort en krachtig, tussen half april en half mei, met de top eind april. Op sommige dagen passeren duizenden Dwergmeeuwen, vooral in Noord-Holland. De najaarstrek is minder opvallend en speelt zich hoofdzakelijk af tussen half september en begin november. Met name bij ongunstige trekomstandigheden tijdens de voorjaarstrek, verblijven soms forse aantallen Dwergmeeuwen op grote open wateren, vooral in het IJsselmeer- en Deltagebied (bron: Sovon ).
Snelle vleugelslagen en een wat grillige vlucht geven een sternachtige indruk. Voedsel zoeken ze door in de vlucht insecten te vangen of ze van het wateroppervlak te pikken.
Dwergmeeuwen zijn in Nederland zeldzame broedvogels. In 1942 vestigden zich een 15-tal paren in het laagveengebied van Zuid-oost Friesland. Dichtgroeiende petgaten bleken een uitstekend biotoop voor deze meeuw. Het eerste broedgeval is in dat jaar in de Lindevallei (ook Friesland) vastgesteld. De vorige eeuw kende twee pieken van enkele tientallen broedgevallen: in Friesland 1943-56 en Lauwersmeer 1973-88. Vanaf 1990 vonden onregelmatig broedgevallen plaats in het Wadden-, IJsselmeer- en Deltagebied, incidenteel ook elders. Het ging om een of enkele paren per locatie (bron: Sovon ). Dwergmeeuwen komen tegenwoordig in Nederland nog slecht zeer sporadisch tot broeden.
Dwergmeeuwen worden bij ons vooral nog tijdens de trek gezien. De voorjaarstrek langs de Noordzeekust is meestal kort en krachtig, tussen half april en half mei, met de top eind april. Op sommige dagen passeren duizenden Dwergmeeuwen, vooral in Noord-Holland. De najaarstrek is minder opvallend en speelt zich hoofdzakelijk af tussen half september en begin november. Met name bij ongunstige trekomstandigheden tijdens de voorjaarstrek, verblijven soms forse aantallen Dwergmeeuwen op grote open wateren, vooral in het IJsselmeer- en Deltagebied (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Weidevogels (Zomertaling-groep). Rode Lijst: RL: Ernstig bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Bescherming
In Nederland komen nog maar incidenteel een paar Dwergmeeuwen tot broeden als gevolg van het verdwijnen van geschikte leefgebieden, zoals grootschalige laagveenmoerassen met nabij ondergelopen grasland. De laatste jaren bevindt de enig bekende broedlocatie die regelmatig bezet is zich op De Kreupel in het IJsselmeer, daar waren in 2016 nog slechts twee broedparen. Ook in de rest van Europa gaat het snel achteruit met de Dwergmeeuwen (status: Near Threatened) (bron: Vogelbescherming Nederland ).