Terug naar soorten

Vorkstaartmeeuw

Xema sabini Meeuwen

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Vorkstaartmeeuw
Vorkstaartmeeuw Foto: Ómar Runólfsson

Beschrijving

Adulte Vorkstaartmeeuwen hebben een opvallend vleugelpatroon door de vaalgrijze rug en dekveren en de zwarte hand- en witte armpennen (foto onder). De witte staart is vrij kort en licht gevorkt. In zomerkleed hebben ze een donkere zwartgrijze kopkap. In winterkleed vervaagt de kopkap tot een grijze vlek achter op de kop en in de nek. Het kleed kent twee leeftijdsgroepen.

Vorkstaartmeeuwen hebben rode ogen en een zwarte snavel met een gele punt. De vlucht van deze meeuw vertoont enige gelijkenis met die van een stern.

Een Vorkstaartmeeuw eet hoofdzakelijk ongewervelden en vis. In het broedseizoen eet deze meeuw ook insecten en hun larven, en verder jonge vogels en eieren (van de Noordse Stern) en aas.

vleugelpatroon Vorkstaartmeeuw
Karakteristiek vleugelpatroon van Vorkstaartmeeuw (winterkleed).
Foto: Piotr Tadeusz [CC BY-SA 3.0 - Wikimedia Commons].
Klik foto voor vergroting.
Het broedgebied van de Vorkstaartmeeuw ligt zowel in het Amerikaanse als het Euraziatische deel van het noordpoolgebied. De enige Euraziatische broedlocatie is op Spitsbergen. Vorkstaartmeeuwen broeden in kleine kolonies in de toendra aan de kust. Het nest ligt vlakbij water op de grond en is bekleed met gras. Er is één legsel. Een paar dagen na het uitkomen gaan de ouders met de jongen het water op.

Vorkstaartmeeuwen zijn echte zeevogels die zich voornamelijk op open zee ophouden. Buiten het broedseizoen zwerven ze rond over de oceanen, Amerikaanse vogels trekken naar de westkust van Zuid-Amerika, vogels uit Spitsbergen, Oost-Canada en Groenland trekken richting de westkust van Afrika, zuid van de evenaar.

Vorkstaartmeeuwen worden vrijwel uitsluitend tussen eind augustus en begin december in Nederland gezien, met name in september-oktober. De eerste vogels zijn relatief vaak in volwassen kleed, gevolgd door vooral onvolwassen exemplaren. Verreweg de meeste vogels zijn te zien aan de kust bij krachtige aanlandige winden. Waarnemingen diep in het binnenland zijn extreem zeldzaam (bron: Sovon ).