Terug naar soorten

Witwangstern

Chlidonias hybrida Meeuwen

0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Witwangstern
Witwangstern Foto: Marek Szczepanek|http://www.marekszczepanek.pl/galeria.html

Beschrijving

De Witwangstern is een middelgrote stern, iets groter dan de Zwarte. In zomerkleed is een Witwangstern nagenoeg geheel donkergrijs en het bovenste deel van de kop zwart, grijs en zwart worden gescheiden door een witte halsband die doorloopt tot en met de naamgevende witte wangen. Hij heeft een donkerrode snavel en rode poten. In winterkleed vervaagt het donkergrijs en is het zwart van de kop niet meer dan een gestreepte pet op het achterhoofd.
Een Witwangstern doet aan een Visdief of Noordse Stern denken, maar dan moeten de grijze stuit en de veel kortere en nauwelijks gevorkte staart het onderscheid duiden.

Witwangsternen zijn meest trekvogels. Het broedareaal loopt van Zuid-Europa via Oost-Europa naar Centraal-Azië. In dit gebied broeden Witwangsternen heel lokaal in moerassen, aan meren en aan rivieren, mits er voldoende drijvende vegetatie aanwezig is. Er is overigens ook een populatie trekvogels die broedt in Oost-Azië en de Witwangstern is standvogel in Zuidelijk Afrika. Witwangsternen broeden in kolonies en bouwen een drijvend nest op plantaardig materiaal, soms in de overvegetatie. Er is één legsel van 2-3 eieren. De jongen zijn nestvlieders die door beide ouders worden verzorgd.

De Witwangstern eet insecten en visjes, kikkertjes, amfibieën en andere waterdiertjes. Ze pikken hun prooi over het water scherend vanaf het wateroppervlak.

In het najaar trekken Witwangsternen naar de overwinteringsgebieden, de sternen uit West-Europa trekken naar Oost- en Zuid-Afrika, andere populaties trekken naar Zuid- en Zuidoost Azië en Australië.

Witwangsternen worden in Nederland bijna uitsluitend gezien tussen eind april en half september, met name in de noordwestelijke helft van het land. De meeste meldingen vallen in mei en juni. Waarnemingen in het najaar zijn zeldzaam, incidenteel is de soort zelfs in de winter gezien.

Witwangsternen broeden onregelmatig in Nederland. Het gaat veelal om solitaire paren of kleine kolonies. Soms echter nestelen enkele tientallen paren, zoals in 1938 en 2012. Zulke vestigingen vallen doorgaans samen met extreme voorjaarsdroogte in het zuiden van Europa. In 2016 telde de broedpopulatie 16 paren. Broedgevallen zijn zowel van de hoge als de lage gronden bekend (bron: Sovon ).

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kleine Plevier-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen