Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Vanwege relatief smalle vleugels valt de snelle vleugelslag op. Deze vogel bidt vaak langdurig en laag boven het water, regelmatig gevolgd door een stootduik om zijn prooi (kleine visjes en garnalen) te vangen, waarbij de vogel regelmatig geheel onder water verdwijnt.
De Dwergstern komt voor aan de kusten en grote binnenwateren in Europa en tropisch en gematigde gebieden in Azië, Afrika en Australië. Het is een uitgesproken trekvogel. Europese vogels trekken in september terug naar de tropische kusten van West-Afrika.
Dwergsterns broeden in Nederland vrijwel uitsluitend in het Deltagebied en het Waddengebied. Broedgevallen in het IJsselmeergebied komen sinds de jaren tachtig vrijwel niet meer voor. Ze komen in april terug en broeden in kolonies op kale en verlaten zandstranden en droogvallende platen in kustgebieden of in grote rivieren. Ondiepe, visrijke wateren in de nabijheid zijn vereist. Het nest is een kommetje in het zand. Er is slechts één legsel, maar een verloren legsel wordt vervangen. Ook buiten de broedtijd worden Dwergsterns bijna alleen in de kuststrook gezien.
Voorkomen
Vogelkenmerken
Kleine koloniale stern van kale schelpenbanken en zandplaten; jaagt duikend op kleine vis en is gevoelig voor verstoring en overstroming.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kleine Plevier-groep, Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Gebruik van kale zand-, slik- of schelpenbanken als pionierhabitat. Gebruik van kwelder- of schormilieu met zoutminnende vegetatie. Gebruik van schelpenbanken als broed- of rustplaats. Gebruik van schelprijk kustsubstraat. Steil duikend als een torpedo jagen op vis.
Voedsel van volwassen vogels: Vis als voedsel voor volwassen vogels. kleine vis
Nestplaats en nestbouw: Nest op kale zandige duinbodem. Grondnest. Nestkuiltje tussen schelpen of schelpenrijk substraat.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Compacte, snelle vluchtstijl. Snel fladderende jachtvlucht.