Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Grote en de Kleine Burgemeester zijn de enige meeuwensoorten in ons land die geen zwart in het verenkleed hebben.
De Grote Burgemeester is de grootste van de twee en zit met 63-68 cm tussen de Zilvermeeuw en Grote Mantelmeeuw in. Beide Burgemeesters in broedkleed lijken sterk op elkaar, licht blauwgrijze rug en vleugels en een witte onderzijde. Behalve dat deze meeuw fors groter is, zijn er nog enkele verschillen zichtbaar: de Grote Burgemeester heeft een gele oogring, een fors zwaardere snavel en vleugels die in zit niet voorbij de staart steken. De snavel is langer en heeft overigens ook die rode punt op de hoek in de ondersnavel nabij de punt (de gonys). In winterkleed worden donkere strepen zichtbaar op zijn kop. Net als veel meeuwensoorten kent ook deze soort vier leeftijdsgroepen met elk verschillen in kleed.
De Grote Burgemeester is een opportunistische alleseter die vis, schaaldieren, eieren, jonge vogels, aas en dergelijke eet, en ook kleine zoogdieren, insecten of bessen. Hij is veel agressiever dan de Kleine, rooft nesten leeg, berooft andere vogels van hun vangst en is zelfs in staat die te doden om de prooi over te kunnen nemen!
Grote Burgemeesters zijn trekvogels die in grote en kleine kolonies broeden op rotskusten en eilanden in de noordelijke poolgebieden. Het nest van een hoopje zeewier en gras ligt op de grond en telt 2-4 eieren. Na het broedseizoen trekken ze wel zuidwaarts, maar blijven in de noordelijke zeeën. De vogels globaal noord van Europa trekken tot aan de Britse eilanden en de Noordzee, soms tot noord-Frankrijk.
Grote Burgemeesters worden dan bij ons land vooral langs de Noordzeekust, in het Waddengebied en de Delta gezien. Waarnemingen diep in het binnenland zijn uiterst zeldzaam. In totaal zijn er per jaar maximaal enkele tientallen Grote Burgemeesters aanwezig. De soort verschijnt bij ons in de loop van september-oktober, is het talrijkst in januari-februari, en vertrekt uiterlijk in april of mei. Adulte vogels worden het meest in najaar en vroege winter gezien (bron: Sovon ).
Tijdens wintertellingen van de vogelwerkgroep worden Grote Burgemeesters ook in Meijendel aangetroffen. Volg deze link om de verslagen te lezen.
De Grote Burgemeester is de grootste van de twee en zit met 63-68 cm tussen de Zilvermeeuw en Grote Mantelmeeuw in. Beide Burgemeesters in broedkleed lijken sterk op elkaar, licht blauwgrijze rug en vleugels en een witte onderzijde. Behalve dat deze meeuw fors groter is, zijn er nog enkele verschillen zichtbaar: de Grote Burgemeester heeft een gele oogring, een fors zwaardere snavel en vleugels die in zit niet voorbij de staart steken. De snavel is langer en heeft overigens ook die rode punt op de hoek in de ondersnavel nabij de punt (de gonys). In winterkleed worden donkere strepen zichtbaar op zijn kop. Net als veel meeuwensoorten kent ook deze soort vier leeftijdsgroepen met elk verschillen in kleed.
De Grote Burgemeester is een opportunistische alleseter die vis, schaaldieren, eieren, jonge vogels, aas en dergelijke eet, en ook kleine zoogdieren, insecten of bessen. Hij is veel agressiever dan de Kleine, rooft nesten leeg, berooft andere vogels van hun vangst en is zelfs in staat die te doden om de prooi over te kunnen nemen!
Grote Burgemeesters zijn trekvogels die in grote en kleine kolonies broeden op rotskusten en eilanden in de noordelijke poolgebieden. Het nest van een hoopje zeewier en gras ligt op de grond en telt 2-4 eieren. Na het broedseizoen trekken ze wel zuidwaarts, maar blijven in de noordelijke zeeën. De vogels globaal noord van Europa trekken tot aan de Britse eilanden en de Noordzee, soms tot noord-Frankrijk.
Grote Burgemeesters worden dan bij ons land vooral langs de Noordzeekust, in het Waddengebied en de Delta gezien. Waarnemingen diep in het binnenland zijn uiterst zeldzaam. In totaal zijn er per jaar maximaal enkele tientallen Grote Burgemeesters aanwezig. De soort verschijnt bij ons in de loop van september-oktober, is het talrijkst in januari-februari, en vertrekt uiterlijk in april of mei. Adulte vogels worden het meest in najaar en vroege winter gezien (bron: Sovon ).
Tijdens wintertellingen van de vogelwerkgroep worden Grote Burgemeesters ook in Meijendel aangetroffen. Volg deze link om de verslagen te lezen.