Terug naar soorten

Grote Mantelmeeuw

Larus marinus Meeuwen

Rode lijst GE|
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Grote Mantelmeeuw
Grote Mantelmeeuw Foto: JW Steffelaar|http://www.flickr.com/photos/jwsteffelaar/sets/72157606119785562/

Beschrijving

De Grote Mantelmeeuw is de grootste meeuwensoort die in Nederland te zien is, hij is zelfs nog weer een slag groter (tot 74 cm) dan de veel algemenere Zilvermeeuw. Het verenkleed van deze Mantelmeeuw is voornamelijk wit met een zwarte bovenzijde. De snavel is geel met een rode punt aan het eind van de onderste snavelhelft.

Los van het formaat is het grootste verschil met Zilvermeeuw de grijze kleur van diens bovenzijde en met de Kleine Mantelmeeuw (die eveneens zwart van boven is) de kleur van de poten: die van de Grote zijn vaalroze, de Kleine heeft gele poten.

Het Europese broedgebied van de Grote Mantelmeeuw ligt grotendeels langs de kusten van Scandinavië, Groot Brittannië en IJsland, waar hij broedt op rotsen en kliffen op plaatsen met enige begroeiing. De Grote Mantelmeeuw broedt vanaf 1993 jaarlijks in ons land, eerst aan het Veerse Meer, nu in het hele Deltagebied en ook in de Wadden. De vestiging als nieuwe broedvogel past binnen de uitbreiding aan de zuidrand van het Europese broedgebied. De meeste paren broeden solitair op onbereikbare eilandjes of strekdammen. In Nederland ligt het nest van deze grote meeuw gewoon op de grond. Het is gebouwd uit een hoop plantendelen en bekleed met veren en gras. Meestal is er één broedsel per jaar.

Na de broedtijd trekken de vogels niet ver weg om te overwinteren bij groot open water, vooral zeekusten. In de winter bereikt het aantal aanwezige Grote Mantelmeeuwen in Nederland overigens zijn maximum met vogels die uit het noorden komen. Verder worden in Nederland in de zomer nog niet-broedende jongere vogels gezien.

Voorkomen

Het aantal broedparen in Nederland is nog gering, maar neemt toe. Dat past binnen de uitbreiding van het broedgebied. Die toename is op het conto te schrijven van afnemende vervolging (de soort werd als predator gezien van andere kustvogel) en toename van broedmogelijkheden op strekdammen. De aantallen bij ons groeien langzaam en omvatten sinds de eeuwwisseling enkele tientallen broedparen, in 2016 werden 64-68 paren geteld.

Vrijwel alle broedgevallen vinden plaats op de Wadden en in het Deltagebied, met recent ook enkele gevallen in het IJsselmeergebied. De meeste paren broeden solitair op onbereikbare eilandjes of strekdammen (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Zeer grote, relatief solitaire kustmeeuw; predator en opportunist met voorkeur voor hoge overzichtelijke nestplaatsen.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van hoge heggen, bosranden of opgaande randvegetatie. Voedsel verkrijgen door prooien van andere vogels af te pakken.

Voedsel van volwassen vogels: Vogels en jonge vogels. Eieren van andere vogels.

Nestplaats en nestbouw: Nest in hoge heg of hoge struikrand. Nest in struiken of struweelvegetatie.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Voortdurend waakzaam omgevingsscannen in of rond kolonie. Solitaire paarpositie of ruime afstand tot andere paren.

Bescherming

Een algemene broedvogel zal de Grote Mantelmeeuw in Nederland niet worden, omdat hij beperkter is in zijn habitatkeuze dan andere grotere meeuwen in Nederland. De soort staat in Nederland op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels omdat het een nieuwe broedvogel is en de populatie klein en daardoor kwetsbaar. Deze soort geldt wereldwijd niet als bedreigd (bron: Vogelbescherming Nederland ).