Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een uitgesproken trekvogel, broedt hoofdzakelijk in arctische streken en overwintert in de 'roaring fourties'. Tijdens de trek wordt zo 16.000 tot 20.000 km afgelegd en dat twee keer per jaar dus! Hierdoor zijn het de vogels met de langste trekroute. Eind april en in de eerste helft van mei zijn er doortrekkers in Nederland te zien, de piek van de najaarstrek valt in juli-augustus.
Nederland ligt aan de uiterste zuidgrens van het broedgebied, waardoor het aantal broedende vogels nogal kan varieren, van 900 tot 2000 paren. De huidige broedpopulatie nestelt voornamelijk in het Waddengebied, met slechts enkele tientallen broedparen in het Deltagebied (bron: Sovon ).
Dit is een koloniebroeder, veelal in gemengde kolonies met Visdieven en Kokmeeuwen. Het broedbiotoop wordt gevormd door zandige en schaars begroeide eilanden alsmede drooggevallen schelpenbanken. Die dienen in principe vrij te zijn van mensen en roofdieren. Overbevissing, waterverontreiniging, predatie en verstoring vormen de grootste bedreigingen voor de Noordse Sterns. Daar moet deze stern actief tegen worden beschermd en daarom staat de Noordse Stern op de Rode Lijst.
Voorkomen
De huidige broedpopulatie (770-840 nesten in 2016) zetelt voornamelijk in het Waddengebied, met slechts enkele tientallen broedparen in het Deltagebied. Broedgevallen in het IJsselmeergebied en rond Amsterdam worden recent niet meer vastgesteld (bron: Sovon ).
Vogelkenmerken
Arctische stern aan de zuidrand van het broedgebied; koloniebroeder van kale kustlocaties met extreem lange trek tussen poolgebieden.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Strandplevier-groep). Rode Lijst: RL: Bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Broeden in gemengde sternkolonies. Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Gebruik van kale zand-, slik- of schelpenbanken als pionierhabitat. Steil duikend als een torpedo jagen op vis.
Voedsel van volwassen vogels: Vis als voedsel voor volwassen vogels. kleine vis
Nestplaats en nestbouw: Nestkuiltje tussen schelpen of schelpenrijk substraat.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Extreem lange trek tussen arctische broedgebieden en zuidelijke overwinteringsgebieden. Compacte, snelle vluchtstijl. Relatief laat vertrek in het najaar.