Terug naar soorten

Buizerd

Buteo buteo Sperwers

Broedvogel
36jaren
418territoria
25hoogste jaar

1985 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Buizerd
Buizerd Foto: caroline legg · CC BY 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Buizerd is waarschijnlijk de bekendste roofvogel van Nederland. Het is een stevige vogel, een soort van rouwdouwer, die het niet van de fijne manoeuvres moet hebben. De Buizerd jaagt dan ook niet graag op snel bewegende prooien, maar op muizen, zieke konijnen en aas.

Buizerds zijn schuwe vogels, agressief kun je ze niet noemen. Het liefst mijden ze mensen. Alleen in het broedseizoen, dat loopt van maart tot juli, doen ze er alles aan om hun nest te verdedigen. Vooral als de jongen op het punt van uitvliegen staan, hebben ze liever geen pottenkijkers. Ze voelen zich dan bedreigd door iedereen die in de buurt van het nest komt. En soms valt hij dan aan. Vooral hardlopers en fietsers zijn daarvan de dupe. De vogels beschouwen het bewegen als vluchtgedrag, waardoor ze iets meer moed hebben om aan te vallen. Maar het zijn incidenten, écht vaak komt het niet voor.

Mocht je toch een boze buizerd tegenkomen, blijf dan rustig. Meestal is het een schijnaanval en gebeurt er niks. Sla dus niet wild met je armen om je heen, de buizerd wordt er alleen maar wilder van. Ook hard wegrennen heeft weinig nut, de vogel kan ons gemakkelijk bijhouden en komt zeker achter je aan. Als je stil blijft staan, gebeurt er waarschijnlijk niks. Keer vervolgens om en verlaat het gebied. Meld de locatie wel bij een duinwachter, zodat deze het stuk kan afzetten. En daarna zit er weinig anders op dan het gebied gedurende het broedseizoen te vermijden.

Determinatie: Buizerd vs. Ruigpootbuizerd
In de nieuwsbrief van Waarneming.nl "Winterspecial 2019" van 06-02-2019 staat een uitgebreid artikel getiteld "Determinatie: Verschil Buizerd / Ruigpootbuizerd" van de hand van Maarten Hotting en Robert van der Meer. Dit is te lezen in een pdf via deze link.

Voorkomen

De Buizerd is momenteel de talrijkste broedende roofvogel in ons land. Oorspronkelijk gebonden aan grote bossen op de zandgronden, broedt hij tegenwoordig door het hele land, ook in kleine bosjes, soms zelfs in solitaire bomen in open land. De landelijke aantallen waren rond 1970 met slechts enkele honderden paren op een dieptepunt. Dit was het gevolg van vergiftiging met in de landbouw gebruikte pesticiden.

Na het verbod op deze middelen herstelde de stand en kon uitgroeien tot niet eerder bekende niveaus. Het ouder wordende Nederlandse bos, in combinatie met verminderde vervolging, bood plaats aan meer Buizerds dan in het verleden. Bovendien ging de soort broeden in de lage delen van het land en de Waddeneilanden, gebieden waar hij eerst ontbrak. Sinds de eeuwwisseling zijn de aantallen op de hoge gronden stabiel en neemt de Buizerd alleen nog in het westen en noorden van het land toe (bron: zie vogel.asp r398).

Jonge roofvogels in Meijendel worden zo veel mogelijk geringd. Click hier voor een impressie.

Vogelkenmerken

Generalistische standroofvogel van halfopen landschap en kleine bosjes.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Havik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van open terrein zonder gesloten boom- of struiklaag. Afhankelijkheid van open bodemstructuur voor foerageren. Gebruik van palen of open posten tijdens het foerageren. Veelvuldig zweven/cirkelen als foerageer- en territoriumgedrag. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.

Voedsel van volwassen vogels: Kleine zoogdieren als dominante of belangrijke prooigroep. kikkers, kikkervisjes en andere amfibieën Kevers en torren als belangrijke prooigroep. grote insecten Wormen als belangrijke voedselbron.

Voedsel voor jongen: Kleine zoogdieren als jongenvoedsel. Wormen en regenwormen als voedsel voor jongen.

Nestplaats en nestbouw: Meerjarig hergebruik van nest. Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Gedrag, ecologie en levenswijze: Sterke invloed van predatiedruk of concurrentie door andere roofvogels.

Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.