Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Vanwege hun voorliefde voor fazanten, patrijzen, hazen en konijnen hebben ze lange tijd aan zware vervolging blootgestaan. Door beschermingsmaatregelen nam het aantal Haviken na de Tweede Wereldoorlog aanvankelijk toe, maar rond het begin van de jaren zestig waren er nog maar zo'n 15 à 20 paren. Belangrijkste oorzaken voor deze teloorgang: vermindering van geschikt biotoop, landbouwgif en clandestien afschot. Nu deze oorzaken grotendeels zijn weggenomen neemt het aantal Haviken in Nederland en ook in de duinen weer toe (zie tweede katern).
Haviken bouwen het robuuste nest zelf, hoog in een stevige boom. Soms wordt een oude horst gebruikt die dan een opknapbeurt krijgt. Het vrouwtje broedt de 2 à 5 eieren vrijwel alleen uit. Daarna voedt zij de donsjongen met de stukjes vlees die de vader aansleept. Later jagen beide ouders om in de voedselbehoefte van de jongen te voorzien.
Voorkomen
Sinds ongeveer 1995 nemen aantallen en verspreiding in West- en Noord-Nederland nog toe. Op de hoge zandgronden, daarentegen, nemen ze af. Haviken kampen daar al jarenlang met slechte broedresultaten, mogelijk als gevolg van voedselproblemen en lokaal ook opnieuw opgelaaide vervolging (bron: zie vogel.asp r398).
De Havik broedt sinds 1993 in Meijendel en kent sinds 1996 meer dan één territorium. Met de komst van de Havik is het aantal Houtduif en Ekster territoria sterk terug gelopen. Ook wordt er een verband gelegd met de neergang van het aantal Groene Spechten en de komst van de Havik.
Vogelkenmerken
Krachtige standroofvogel gespecialiseerd in verrassingsaanvallen op vogels.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Havik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Jachtvluchten langs bosranden, open corridors of vegetatieovergangen. Veelvuldig zweven/cirkelen als foerageer- en territoriumgedrag.
Voedsel van volwassen vogels: Vogels en jonge vogels. Kleine zoogdieren als dominante of belangrijke prooigroep.
Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met vogels.
Nestplaats en nestbouw: Meerjarig hergebruik van nest. Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Sterke seksuele dimorfie in grootte en prooiselectie.
Migratie: Standvogel of jaarrond aanwezig.