Dichtheid per km2
Territoria per km²
Dichtheid
Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een grote arend, de Slangenarend, met lange, brede vleugels (spanwijdte tot wel 1.8m). De bovenzijde is bruin, de onderzijde licht met bruin gebandeerde vleugels en staart. Van onderen gezien is de bruine kop scherp afgetekend tegen de lichte, wat gevlekte romp, soms vergeleken met een bivakmuts. Van onderen kan deze arend verward worden met een lichte Buizerd, maar dan helpt het profiel bij het onderscheid: de langere vleugels worden door de grotere Slangenarend wat geknikt naar voren gehouden. Er lopen enkele donkere banden over de overigens lichte staart, de diverse banden bij een Buizerd zijn meestal fijn en zitten dicht op elkaar. In zit draagt een Slangenarend -van voren gezien- door de ronde kop op de korte nek a.h.w. een soort kroon van kopveren ('uilenkop'). De nogal 'priemende' gele ogen vallen dan ook op.
Een Slangenarend eet reptielen die hij zoekt door langzaam over zijn jachtterrein te vliegen, daarbij veelvuldig 'biddend', soms met hangende poten en de kop naar beneden. Bij gebrek aan voldoende reptielen worden ook kikkers en padden of zelfs een konijn of wezel op het menu gezet (bron: Natuur.oriolus 2014-4 ). Kleinere prooien worden in de vlucht opgegeten.
De Slangenarend is een soort van het Middellandse Zee-gebied, in gebieden met veel slangen en andere reptielen. De dichtstbijzijnde broedgebieden bevinden zich in Frankrijk en Polen, het areaal strekt zich verder oostwaarts uit tot in Azië. Het is niet uit te sluiten dat het broedareaal zich ook in noordelijke richting uitbreidt als gevolg van de toename van de omvangrijke populatie in Frankrijk. Dat kan deels ook de toenemende aanwezigheid van deze arend ’s-zomers in Nederland verklaren. Slangenarenden overwinteren in Afrika, zuid van de Sahara.
Sinds 1999 zijn er ieder jaar waarnemingen, tot minstens elf in 2011, en pleisteren er bijna iedere zomer exemplaren in 'reptielengebieden', zoals Fochteloërveen, Drenthe/Friesland. In augustus en september 2006 is een Slangenarend langdurig in Meijendel verbleven. In de zomer van 2017 zijn zeker vijf arenden in Nederland gezien en heeft een Slangenarend zich geruime tijd opgehouden om en nabij het Naardermeer (bron: natuurbericht.nl ). Er zijn geen concrete aanwijzingen voor broedgevallen in Nederland ondanks de langdurige aanwezigheid van soms verschillende vogels (bron: Sovon ).
Een Slangenarend eet reptielen die hij zoekt door langzaam over zijn jachtterrein te vliegen, daarbij veelvuldig 'biddend', soms met hangende poten en de kop naar beneden. Bij gebrek aan voldoende reptielen worden ook kikkers en padden of zelfs een konijn of wezel op het menu gezet (bron: Natuur.oriolus 2014-4 ). Kleinere prooien worden in de vlucht opgegeten.
De Slangenarend is een soort van het Middellandse Zee-gebied, in gebieden met veel slangen en andere reptielen. De dichtstbijzijnde broedgebieden bevinden zich in Frankrijk en Polen, het areaal strekt zich verder oostwaarts uit tot in Azië. Het is niet uit te sluiten dat het broedareaal zich ook in noordelijke richting uitbreidt als gevolg van de toename van de omvangrijke populatie in Frankrijk. Dat kan deels ook de toenemende aanwezigheid van deze arend ’s-zomers in Nederland verklaren. Slangenarenden overwinteren in Afrika, zuid van de Sahara.
Sinds 1999 zijn er ieder jaar waarnemingen, tot minstens elf in 2011, en pleisteren er bijna iedere zomer exemplaren in 'reptielengebieden', zoals Fochteloërveen, Drenthe/Friesland. In augustus en september 2006 is een Slangenarend langdurig in Meijendel verbleven. In de zomer van 2017 zijn zeker vijf arenden in Nederland gezien en heeft een Slangenarend zich geruime tijd opgehouden om en nabij het Naardermeer (bron: natuurbericht.nl ). Er zijn geen concrete aanwijzingen voor broedgevallen in Nederland ondanks de langdurige aanwezigheid van soms verschillende vogels (bron: Sovon ).
Achtergrond
Toenemend aantal jonge Slangenarenden overzomeren in Nederland
In de zomer van 2022 worden er relatief veel Slangenarenden gezien in Nederland. Ze worden ook niet alleen in heide- en hoogveengebieden waargenomen. Slangenarenden zijn de laatste zomers vaste prik op de Veluwe (5), het Dwingelderveld (2) en in het Fochteloërveen (5). Bijna alle Slangenarenden in Nederland zijn onvolwassen. De meeste vogels zijn in hun tweede kalenderjaar en dus vorig jaar geboren. Ze hebben een lichte kop en onderdelen, smalle bandering in hun ondervleugels en nog niet zoveel vlekken op de borst en buik. Onderzoek heeft doet vermoeden dat ieder voorjaar weer nieuwe, jonge vogels naar Nederland trekken. Zodra ze volwassen zijn, komen ze niet meer terug, een enkeling uitgezonderd. Kennelijk is Nederland een ‘overloopgebied’ voor jonge Slangenarenden.Vermoedelijk komen de Slangenarenden uit Frankrijk of van verder zuidelijk. De dichtstbijzijnde Franse broedgebieden liggen nog steeds op een flinke vliegafstand: 400 kilometer of meer; de rivier de Seine is al zeker veertig jaar de noordelijke broedgrens. Van uitbreiding naar het noorden is niet echt sprake, al is in Zuid-Europa wel sprake van toenemende aantallen. Ten oosten van ons broeden de dichtstbijzijnde Slangenarenden pas in het uiterste oosten van Polen en Wit-Rusland.
Het dieet van de soort is wel iets breder dan alleen slangen. Ook reptielen, kikkers en knaagdieren worden gegeten. In bovenstaande bron Natuur.oriolus 2014-4 worden meerdere prooidieren genoemd en blijkbaar is ook de ene slang de andere niet voor deze roofvogel. Kleinere prooien worden in de vlucht opgegeten.
Bovenstaande tekst is een korte samenvatting van een nieuwsbericht op de site van Sovon.