Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De naam Wespendief verraadt onmiddellijk de voedselvoorkeur van deze bijzondere roofvogel: larven, poppen en volwassen wespen en bijen. Hij graaft grondnesten uit om dat voedsel te vinden. De poten van deze vogel zijn bedekt met een dikke huidlaag, die moet voorkomen dat de Wespendief ál te veel gestoken wordt. Ook de stugge schubachtige kopveren beschermen de vogel tegen steken. In streken waar veel veldwespen en wilde bijenzwermen voorkomen -vaak oude gemengde bossen- kan de Wespendief zich goed handhaven. Het dieet beperkt zich niet tot deze insecten, ook reptielen, kleine zoogdieren, en eieren en jongen van vogels staan op de lijst van prooien.
Wespendieven zijn trekvogels. Ze komen in de broedtijd in een groot deel van Europa voor, maar ontbreken in het Verenigd Koninkrijk, grote delen van het Middellandse Zeegebied en Noord-Scandinavië. Het leefgebied bestaat uit loof- en gemengde bossen met open plekken, heide, hoogvenen en graslandjes. Het nest wordt in de kruin van een boom gebouwd. Er is jaarlijks één legsel van meestal twee eieren. Wespendieven overwinteren in tropisch Afrika.
De voorjaarstrek van de Wespendief begint in mei en is meestal onopvallend, maar soms worden in de tweede helft van die maand groepen tot enkele tientallen gezien. De wegtrek begint al in juli en loopt door tot begin oktober met een piek van noordelijke vogels eind augustus tot begin september, met name in de zuidoosthelft van het land. Waarnemingen na begin oktober zijn uitermate schaars (bron: Sovon).
Voorkomen
Desondanks is wel duidelijk dat de Wespendief in de meeste grote bossen nestelt, met uitzondering van gebieden waar mogelijk te weinig voedsel is. De landelijke verspreiding lijkt sinds 1975 ruimer geworden, deels doordat bossen ouder en geschikter werden. Intensiever onderzoek speelt echter eveneens een rol. De aantallen nemen sinds 1990 vermoedelijk licht maar gestaag af, net als in veel gebieden elders in Europa. In de periode 1998-2000 telt de broedpopulatie 500-650 paren (bron: zie vogel.asp r398).
De Wespendief in Meijendel in 2005 werd met twee vliegvlugge jongen gezien. Het was de eerste melding van een (mogelijk) broedgeval in Meijendel of elders in de regio.
Vogelkenmerken
Gespecialiseerde trekvogel afhankelijk van wespenbroed en grote rustige bossen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Havik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van palen of open posten tijdens het foerageren. Veelvuldig zweven/cirkelen als foerageer- en territoriumgedrag. Gebruik van vaste uitkijkposten voor zang, jacht of bewaking.
Voedsel van volwassen vogels: Bijen, hommels, wespen en mieren als voedselbron. Wespenlarven en wespenbroed als dominante voedselbron. kikkers, kikkervisjes en andere amfibieën Kleine zoogdieren als dominante of belangrijke prooigroep.
Voedsel voor jongen: Bijen, hommels, wespen en mieren als voedsel voor jongen. Wespenbroed als jongenvoedsel.
Nestplaats en nestbouw: Nest met verse bladeren of bladtakken. Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Aanzienlijk deel van populatie aanwezig zonder tot broeden over te gaan. Sterke invloed van predatiedruk of concurrentie door andere roofvogels. Bouw van zomernesten zonder succesvol broeden.
Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Trekkend gedrag algemeen.