Terug naar soorten

Bruine Kiekendief

Circus aeruginosus Sperwers

Broedvogel
3jaren
4territoria
2hoogste jaar

1978 t/m 2001 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Bruine Kiekendief
Bruine Kiekendief Foto: Subramanya CK · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Bruine Kiekendief is de grootste van de drie in Nederland voorkomende kiekendieven èn komt bovendien nog het meest voor, vooral in de kop van Overijssel en de IJsselmeerpolders. Hij is iets groter dan de buizerd, maar daar goed van te onderscheiden door het slanke postuur, de lange poten en de duidelijke V-stand van de vleugels.

Een vrouwtje met nestmateriaal (klik foto voor vergroting).
Foto: vogeldagboek.nl.
Het mannetje (foto boven) kan met de zwarte vleugelpunten, grijze staart en vleugelvlakken verward worden met de blauwe soortgenoot, maar onderscheid zich daarvan door de bruine buik en rug. Het vrouwtje (onder) is bruin met een lichtgele pet en vleugelvoorrand.

Deze Kiekendief woont bij voorkeur in moerassig gebied met rietvelden. Daar jaagt hij, laag over het riet vliegend, veelvuldig zwevend met de vleugels in de karakterisitieke V-stand. De jacht beperkt zich overigens niet tot rietvelden, ook over gras- of bouwland kan een jagende kiekendief worden gespot. Zijn prooi bestaat uit kleine zoogdieren, jonge vogels, eieren, kikkers, e.d., soms ook aas.

De balts van de man is een spectaculair schouwspel waarmee hij zijn territorium claimt en vervolgens vrouwtje(s) aantrekt. In een golvende vlucht met diepe vleugelslagen gooit hij zich op zijn zij en roept het vrouwtje: "hie-èè…". Tijdens de vlucht gooit hij meestal een prooi over. De baltsvlucht eindigt als een vallend blad in het riet. Hij is overigens niet per sé monogaam. Het nest is van plantmateriaal en ligt verscholen in het riet op de grond, soms boven water. Er is één legsel van 3-6 eieren. Het broeden begint bij eerste ei, de jongen worden nog wekenlang gevoerd.

Bruine Kiekendieven zijn trekvogels. De najaarstrek is van augustus tot eind september en ze vliegen terug van eind maart tot in mei. Ze trekken over een breed front naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. Kleine aantallen overwinteren overigens ook in Zuidwest-Nederland.

2010 het jaar van de Bruine Kiekenbdief
Sovon en Vogelbescherming Nederland hebben, ondersteund door de Werkgroep Roofvogels Nederland, in 2010 de Bruine Kiekendief centraal gezet.. Het onderzoek richtte zich op fenologie en trek, het completeren van het landelijke verspreidingsbeeld (in broedtijd en winter) en de habitatkeuze van broedvogels. Enkele uitkomsten worden in een artikel in Limosa (#84) besproken (hier te downloaden). Het gehele rapport staat op de site van Sovon.

Voorkomen

De landelijke stand bedroeg rond 1970 slechts 100 paren, een dieptepunt als gevolg van onbedoelde vergiftiging, ontginning van broedgebieden en vervolging. Gestimuleerd door het ontstaan van nieuwe kerngebieden (met name Flevoland), het uitbannen van gevaarlijke pesticiden en afgenomen vervolging herstelde de stand. Na een piek van rond 1400 paren in 1990-2000 namen de aantallen in de meeste regio's weer af. Hierbij spelen factoren mee als verdroging van moerassen, nestpredatie door Vossen, afgenomen voedselaanbod in het boerenland en lokaal oplaaiende vervolging (bron: zie vogel.asp r398).

Vogelkenmerken

Moerasgebonden roofvogel van uitgestrekte rietlanden.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren langs de randzone van open water en oevervegetatie. Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Gebruik van lage vegetatie of lage foerageerhoogte. Laag jagend heen en weer vliegen boven vegetatie. Jagen boven moeras, rietland of natte ruigte. Gebruik van rietvegetatie voor foerageren, zang of dekking. Veelvuldig zweven/cirkelen als foerageer- en territoriumgedrag. Gebruik van open water, plassen of watergangen.

Voedsel van volwassen vogels: Vogels en jonge vogels. Aas en kadavers. Kleine zoogdieren als dominante of belangrijke prooigroep. kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien Woelmuizen. jonge konijnen kikkers, kikkervisjes en andere amfibieën Benthische, slik- en bodemfauna als voedselbron. Eieren van andere vogels.

Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met vogels. Kleine zoogdieren als jongenvoedsel.

Nestplaats en nestbouw: Grondnest. Grondnest verborgen onder vegetatiedekking. Nest in rietvegetatie. Plat nest van riet en takjes in rietvegetatie.

Gedrag, ecologie en levenswijze: Mannetje kan meerdere vrouwtjes hebben. Spectaculaire hoge baltsvlucht. Toenemende of regelmatige overwintering in Nederland. Complex broedsysteem waarin mannetje of vrouwtje het broedsel kan verlaten en meerdere partners mogelijk zijn.

Migratie: Overwintering of trek naar Afrika. Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Zomergast; aanwezig in broedseizoen en afwezig in winter.