Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Mannetjes zijn van boven licht blauwgrijs gekleurd met zwarte vleugelpunten, de onderzijde is vooral wit-grijs. Ook valt de witte stuit op die in de vlucht een duidelijk onderscheid vormt met de Bruine Kiekendief. Vrouwtjes zijn bruin en hebben enkele donkere banden over de staart en ondervleugels.
Jagen doen Blauwe Kiekendieven als een typische Kiekendief: laag vliegend en zwevend boven duinvalleien, kwelders, graslanden, akkers en dergelijke. Ze jagen op kleine zoogdieren (woelmuizen en jonge konijnen) en op (tot middelgrote) vogels of hun jongen.
Het grootste deel van de populatie in Europa broedt in Noord-Spanje, Frankrijk, Finland en Zweden. Dit zijn deels stand- en deels trekvogels. Het broedareeaal gaat verder van Oost-Europa door centraal Azië oostwaarts naar Stille Oceaan/de Zee van Okhotsk. Deze vogels overwinteren grotendeels zuidelijk, in landen als Afghanistan en Zuid-China, Korea en Japan. De overwinteringsgebieden van de Fenno-Scandinavische en Russische broedvogels liggen in Europa en Noord-Afrika. De meeste Nederlandse Blauwe Kiekendieven broeden op de Waddeneilanden, in het bijzonder op Texel. Op het vasteland nestelt deze soort alleen in de Oostvaardersplassen, recent echter ook op akkers in Groningen (2017).
Ze bouwen een nest op de grond in heidevenen of graanvelden of in duinen met struweel. Het wordt gemaakt van takken en bekleed met gras en bladeren. Er komen 4-8 eieren die het vrouwtje uitbroedt, terwijl het mannetje voor haar zorgt. Samen voeren ze de jongen.
De broedvogels van het Waddengebied lijken tegenwoordig merendeels in de eigen regio of zuidelijk tot in Zeeland en Limburg te overwinteren. Enkele honderden noordelijke vogels overwinteren verspreid over het land. Ze gebruiken gezamenlijke slaapplaatsen in hoogveen- en heidegebieden, moerassen en boerenland waar tot enkele tientallen vogels bijeenkomen. Streng winterweer in ons land en ten noordoosten daarvan zorgt vaak voor enige toestroom van Blauwe Kiekendieven. Het aandeel volwassen mannetjes varieert per winter en per regio, maar is in het oosten van het land doorgaans hoger dan in het westen.
De doortrek vindt in het voorjaar plaats tussen eind februari en half mei, zonder duidelijke piek. De najaarstrek speelt zich grotendeels in oktober en begin november af. Tot diep in de winter kunnen verplaatsingen optreden (bron: Sovon ).
Voorkomen
Afname is troef in grote delen van West-Europa, waaronder ook de Duitse Waddeneilanden (bron: Sovon.
Vogelkenmerken
Slanke roofvogel, jaagt laag vliegend boven open moeras en akkers.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep, Scholekster-groep); Vogels van open heide (Wulp-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van duinvalleien als broed- of foerageergebied. Gebruik van overgangen tussen droge heide en hogere vegetatie. Laag jagend heen en weer vliegen boven vegetatie.
Voedsel van volwassen vogels: Kleine zoogdieren als dominante of belangrijke prooigroep. Woelmuizen. jonge konijnen
Nestplaats en nestbouw: Grondnest in droge duinheide of heideachtige duinvegetatie. Grondnest.
Gedrag, ecologie en levenswijze: Verborgen en verstoringsgevoelig gedrag als grondbroeder. Prooioverdracht in de lucht of bij balts. Vrouw- of juvenieltype met opvallende witte stuit of ringstaartindruk.
Bescherming
De Blauwe Kiekendief is één van de soorten van het Actieplan Bedreigde Vogels van Vogelbescherming. Samen met Werkgroep Grauwe Kiekendief heeft Vogelbescherming muizen- en vogelrijke akkers ingericht, vooral in het Waddengebied. (bron: Vogelbescherming Nederland.)