Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Sperwers hebben korte brede vleugels die samen met de lange staart zorgen voor een hoge wendbaarheid. Ze jagen vrijwel uitsluitend op zangvogels, vrouwtjes kunnen iets grotere prooien aan zoals Turkse Tortels. Ze vliegen uiterst behendig tussen struiken en bomen door, gebruik makend van iedere beschutting, om uiteindelijk met een verrassingsaanval de prooi te slaan.
Sperwers komen in heel Europa voor, met uitzondering van IJsland en het uiterste noorden van Scandinavië en Rusland. Het areaal strekt zich in een brede gordel oostwaarts uit tot aan de Stille Oceaan. De Noordelijke vogels zijn trekvogels die overwinteren in Zuidoost-Azië, Iran en Noordwest-Afrika. De Sperwers die in Nederland broeden zijn standvogels en trekken in de winter zelden weg.
Ze broeden in dichte bossages in halfopen landschap. Een Sperwer bouwt ieder jaar een nieuw nest, dicht tegen de stam van een boom. Het is een bouwsel van takken bekleed met dunnere twijgjes. Er komen 4 á 6 eieren die het vrouwtje uitbroedt. Beide ouders verzorgen de jongen.
's Winters wordt de Nederlandse populatie aangevuld met duizenden doortrekkers en overwinteraars uit Noord-Duitsland en Scandinavië. De voorjaarstrek vindt vooral tussen half maart en half april plaats, langs de kust deels gestuwd. Opvallender, vanwege grotere aantallen, is de najaarstrek. Deze is geconcentreerd in oktober en begin november (bron: Sovon ). In de winter verlaat de Sperwer soms de bossen en is dan ook in steden en dorpen te zien.
Voorkomen
In Meijendel broedt de Sperwer nauwelijks. Bijna jaarlijks zijn er 1 á 2 territoria, incidenteel 3.
Vogelkenmerken
Kleine vogeljager van dichte bosstructuren en stedelijke groenstructuren.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Havik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Foerageren vliegend in de lucht. Gebruik van open boomkronen of hogere boomlaag. Jachtvluchten langs bosranden, open corridors of vegetatieovergangen. Veelvuldig zweven/cirkelen als foerageer- en territoriumgedrag.
Voedsel van volwassen vogels: Vogels en jonge vogels. kikkers, jonge vogels, kleine gewervelden en andere grotere prooien
Voedsel voor jongen: Nestjongen gevoerd met vogels.
Nestplaats en nestbouw: Meerjarig hergebruik van nest. Regelmatig wisselen van nestlocatie tussen jaren. Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Gedrag, ecologie en levenswijze: Sterke seksuele dimorfie in grootte en prooiselectie. Sterke invloed van predatiedruk of concurrentie door andere roofvogels.
Migratie: Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg. Standvogel of jaarrond aanwezig. Wintergast; vooral aanwezig buiten het broedseizoen.