Terug naar soorten

Frater

Linaria flavirostris Vinken

Rode lijst |KW
0jaren
0territoria
0hoogste jaar

Nog geen gecontroleerde Meijendel-reeks beschikbaar.

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Frater
Frater Foto: Mike Pennington

Beschrijving

De Frater is een onopvallende vogel, bruin met donkerbruine strepen van boven en een vaalwitte onderzijde. Het mannetje heeft een rode stuit. Hij is eenvoudig van Kneu en Barmsijzen te onderscheiden door het ontbreken van de rode vlek op de kop en hij heeft geen rode borst, wel een wat langere staart. Hij heeft een opvallend gele snavel die in de zomer donker kleurt.

Deze soort leeft in troepen op open terreinen met gras, mos en korstmossen, op de heide en op braakliggend land met kleine struikjes of boompjes. Opmerkelijk aan deze soort is de nogal bijzondere verspreiding. Fraters broeden in Europa in de kustgebieden van Scandinavië, op de Britse eilanden en in de Schotse Hooglanden. Daarnaast heeft deze soort een uitgestrekt broedareaal naar het oosten, van de Kaukasus tot in Centraal Azië. Mede hierdoor kent de soort liefst elf ondersoorten (WIKIPEDIA).

Europeese Fraters overwinteren in ZW-Europa en trekken dan ook door ons land. Die trek begint eind september met een piek in november. In de jaren '70 en '80 verbleven soms duizenden Fraters in Flevoland en het Deltagebied, profiterend van pioniersvegetaties op drooggevallen gronden. Maar dat is verleden tijd. De verspreiding blijft tegenwoordig vrijwel beperkt tot de kuststreek, met de hoogste aantallen op de Waddeneilanden en de Fries-Groningse kust. In de loop van de winter gaan ze al weer op pad, terug naar de broedgebieden.

Bescherming

Dit is één van de drie zangvogels van de toendra, samen met Strandleeuwerik en Sneeuwgors. Maar van deze drie 'bikkels' zijn er steeds minder in Nederland. Uit broedvogelinventarisaties in het Scandinavische Arctische gebied blijkt dat het aantal broedparen daar terugloopt. Dat zou goed kunnen samenhangen met de opwarming van de aarde. Als andere reden wordt overbegrazing genoemd. Ook veel andere, grotere vogels van de toendra lopen terug in aantal.

Daarom staan genoemde zangvogels alle drie op de Rode Lijst van doortrekkende en overwinterende vogelpopulaties in Nederland (bron: Vogelbescherming Nederland ).