Terug naar soorten

Vink

Fringilla coelebs Vinken

Broedvogel
52jaren
8311territoria
522hoogste jaar

1973 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Vink
Vink Foto: Gilles San Martin from Namur, Belgium · CC BY-SA 2.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Vink is de bekendste vogel van de vinkenfamilie. Het mannetje heeft een fraai roodachtig verenpak met grijsblauwe kop, het vrouwtje is hoofdzakelijk geelbruin gekleurd. Beide hebben opvallende witte vleugelstrepen en buitenste staartveren. Vinken komen overal voor waar bomen en struiken zijn, maar ze komen minder vaak voor in (buiten)wijken en stadstuinen dan soorten als Roodborst of Koolmees. In de winters zijn de aantallen Vinken in Nederland vaak veel groter door rondtrekkende wintergasten uit noordelijke streken. Dan ziet men ze in groepen fourageren in gezelschap van bijv. Kepen en Gorzen.

Beide ouders in spé bouwen samen een goed afgewerkt komvormig nest van mos en korstmos in een heg, struik of boom. Het wordt bekleed met wol, haren of veren en er komen in de regel zo'n 3 à 6 eieren in te liggen. Het vrouwtje broedt deze alleen uit, maar beide ouders brengen de jongen groot. Vinken eten hoofdzakelijk zaden, maar de jongen krijgen in het begin vooral ook insecten gevoerd.

In het niet eens zo verre verleden werden Vinken veel gehouden als kooivogel en uit die tijd stammen termen als 'op het vinkentouw zitten' en 'luistervinken deugen niet'.

Voorkomen

De dichtheid van Vinken is het hoogst in bosrijke gebieden op de hoge gronden met veel oude bomen. Door toegenomen aanplant van bos en bomen vestigde deze soort zich echter ook in de lagere delen van het land, soms in substantiële aantallen zoals in de bossen in Flevoland. In stedelijk gebied ontbreekt de Vink vrijwel nooit in parken en groene wijken. De sterke landelijke toename in het laatste kwart van de twintigste eeuw vlakte af rond de eeuwwisseling; vrijwel alle beschikbare broedhabitat is nu bezet (bron: zie vogel.asp r398).

De opkomst van de Vink in Meijendel is een waar succesverhaal: in 1984 was er één enkel territorium, in 2001 waren het er meer dan 100 en in 2017 is de 500 royaal gepasseerd! En waar landelijk de stijgende trend afvlakt, blijft die in Meijendel de opgaande lijn vasthouden.

Vogelkenmerken

Algemene zangvogel, foerageert op zaden en insecten in bossen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie.

Voedsel van volwassen vogels: zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden

Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie. Open nest in open/lossere struikstructuur. Open nest in bomen, kroon of takstructuur

Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.