Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Beide ouders in spé bouwen samen een goed afgewerkt komvormig nest van mos en korstmos in een heg, struik of boom. Het wordt bekleed met wol, haren of veren en er komen in de regel zo'n 3 à 6 eieren in te liggen. Het vrouwtje broedt deze alleen uit, maar beide ouders brengen de jongen groot. Vinken eten hoofdzakelijk zaden, maar de jongen krijgen in het begin vooral ook insecten gevoerd.
In het niet eens zo verre verleden werden Vinken veel gehouden als kooivogel en uit die tijd stammen termen als 'op het vinkentouw zitten' en 'luistervinken deugen niet'.
Voorkomen
De opkomst van de Vink in Meijendel is een waar succesverhaal: in 1984 was er één enkel territorium, in 2001 waren het er meer dan 100 en in 2017 is de 500 royaal gepasseerd! En waar landelijk de stijgende trend afvlakt, blijft die in Meijendel de opgaande lijn vasthouden.
Vogelkenmerken
Algemene zangvogel, foerageert op zaden en insecten in bossen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Functionele habitat en foerageerwijze: Gebruik van de grondlaag als broed- of foerageerzone. Foerageren in individuele struiken en of lage houtige vegetatie.
Voedsel van volwassen vogels: zaden van grassen, zeggen, waterplanten en landbouwgewassen kleine insecten, wormen, slakken, kreeftachtigen,kleine blad/luchtinsecten en andere kleine ongewervelden
Nestplaats en nestbouw: Nest in struiken of struweelvegetatie. Open nest in open/lossere struikstructuur. Open nest in bomen, kroon of takstructuur
Migratie: Langeafstandstrek. Trekkend gedrag algemeen. Gedeeltelijke trek; deel van populatie blijft, deel trekt weg.