Terug naar soorten

Appelvink

Coccothraustes coccothraustes Vinken

Broedvogel Rode lijst |
27jaren
153territoria
17hoogste jaar

1989 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Appelvink
Appelvink Foto: Martin Mecnarowski ( http://www.photomecan.eu/ ) · CC BY-SA 3.0 Bron: Wikimedia Commons

Beschrijving

De Appelvink is een forse vogel met een stevig postuur, een slag groter dan de Vink en goed te herkennen aan zijn fraaie verenpak. Aan de roestbruine kop staat een enorme snavel. Tijdens de vlucht oogt de vogel oranje/bruin en met name dan valt de witte velugelstreep op evenals de witte eindband aan de staart.

Het is een standvogel die een voorkeur heeft voor oud loof- en gemengd bos met forse bomen en liefst met (kersen-)boomgaarden in de buurt. Want met die krachtige snavel kraakt de Appelvink (kersen-)pitten of het niks is. Hij smult van de pitten maar laat het vruchtvlees links liggen. Pruimenpitten, beukennoten en esdoornzaden behoren ook tot het favoriete dieet.

Het is een moeilijk te observeren vogel omdat de Appelvink zich bij voorkeur hoog en verscholen in dichte boomkruinen ophoudt. Ook zijn zang zal de aanwezigheid van deze soort niet snel verraden. De Appelvink komt in Nederland met name in het oosten en het zuiden voor, maar wordt de laatste jaren wat vaker in het westen en ook in Meijendel waargenomen.

Voorkomen

De laatste jaren zijn Appelvinken in de winter en het vroege voorjaar meer gemeld dan voorheen getuige de verschillende waarnemingen tijdens wintertellingen. De soort heeft in de vorige eeuw een grote expansie meegemaakt, maar broedgevallen in de duinstreek waren er nog niet veel.

De verspreiding van Appelvinken in Nederland valt grotendeels samen met die van de grotere bossen, met uitzondering van Noord-Brabant waar de soort relatief schaars is. De hoogste dichtheden worden gehaald in gevarieerd oud loofbos of gemengd bos. De verspreiding werd sinds ongeveer 1975 veel ruimer, zowel op de hoge gronden als (mondjesmaat) in Laag-Nederland. De landelijke aantallen zijn tot 1995 gegroeid en daarna afgevlakt (bron: zie vogel.asp r398). Vanaf 2010 laat de soort weer een flinke groei zien.

Het territorium van een Appelvink in kavel 73 in 2001 is, na een 'incident' in 1989, nieuw voor de duinen van Meijendel. Deze soort werd geheel volgens BMP-regels territoriumhoudend vastgesteld: geregeld werd een overvliegend exemplaar gezien en éénmaal werd voedseltransport waargenomen, een hard BMP-criterium. De waarnemer gaf daarbij aan dat de locatie van het nest niet met zekerheid in het Dunea-gebied viel vast te stellen, mogelijk werd iets verder in een tuin in Rijksdorp gebroed. Hoe dan ook, dit geval geeft aan dat de soort ook het duin als broedvogel bereikt heeft. In de jaren daarna is onregelmatig een territorium gerapporteerd. Na 2011 lijkt de aanwezigheid als broedvogel van Meijendel bestendigd met als hoogtepunt 17 territoria in 2018.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Appelvink-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen